De afsluiter van dit jaar
Allen een rustige jaarwisseling gewenst
en op naar een inspirerend 2022
foto ferrara
klik voor vergroten op de foto
In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.
vrijdag, december 31, 2021
Wens
donderdag, december 30, 2021
Ik vertrek 5
We brengen structuur aan in de dagen door ‘s morgens al vroeg een ronde over het eiland te lopen in de hoop bruikbare waar te jutten. We bouwen een paar uur met stenen en schelpen aan een noodkreet en na drie dagen ligt er in grote letters S.O.S. in het zand. Op de terugweg naar ons bivak verzamelen we in het boekenkrat vruchten voor het ontbijt en de lunch. Het eiland biedt meer dan voldoende fruit om het vochtgehalte op peil te houden. We plukken rode bessen en slaan ananas met lange stokken uit de bomen. Het Zwitsers zakmes van Henk weet raad met de harde schil en gaat als een mes door de boter bij het sappige vruchtvlees. Als de zon haar hoogste punt heeft bereikt zoeken we de schaduw op. Terwijl Henk siësta houdt, schrijf ik in mijn dagboek en maak schetsjes van het fruit dat we niet bij naam kennen en noteer hoe het smaakt. Erg avontuurlijk zijn de notities niet, maar ik hoop ooit in de gelegenheid te zijn er een goed leesbaar verhaal van te maken.
Op gezette tijden seinen we vanaf verschillende plekken op het strand met behulp van het spiegeltje uit de survival kit en de zon lichtsignalen uit over de zacht golvende zee. Hoewel er regelmatig een vliegtuig hoog over komt lijkt het erop dat geen enkel noodsignaal wordt opgepikt. Als we al een schip ontwaren vaart het met de grootte van een lucifersdoosje over de strakke lijn van de horizon. Naast het fruit dat we eten leven we van de schaal en- schelpdieren die de zee op het strand achterlaat. Af en toe zie ik in gedachten de schotel fruits de mer op het terrasje aan de haven in Saint-Malo. Ik had nog nooit zoiets gezien, laat staan gegeten. Voor het eerst op vakantie met een serieuze vrijer die me Frankrijk leerde kennen. Met de vriend is het niets geworden, maar fruits de mer bleef op mijn menu. Met spiesen die Henk van dunne takken heeft gesneden vangen we tussen de rotsblokken kleine visjes die we op een vuurtje roosteren. Aanvankelijk kost die handeling me grote moeite maar ik realiseer me dat de angsthaas in mij slecht gezelschap is. Opgegroeid aan een kanaal leerde ik zittend naast mijn oudere broertje al vroeg vissen, maar bij elke vangst moest hij in de benen komen om het spartelende visje de vrijheid terug te geven. Hier gaat die vlieger niet op. Henk is niet van plan de grote broer uit hangen als het niet nodig is. Terwijl ik zorg voor leeftocht oogst ik ook zeegras om te drogen; als ik genoeg voorraad heb wil ik er samen met stroken palmbladeren twee strohoeden van vlechten. Met de vondst van een leeg olijfolieblik zijn we de koning te rijk. Door de bovenkant eraf te snijden tovert Henk het blik om tot een pan. Die avond eten we in zeewater gekookte mosselen. Om het een beetje leuk te maken leg ik ze op een bedje van gedroogd zeegras. Henk walst een scheutje klappermelk in het kroesje, ruikt eraan, sluit zijn ogen en zegt. ‘Met een beetje fantasie smaakt het als een koele witte wijn.’ Inmiddels ga ik zijn humor en creatieve geest steeds meer waarderen en zeg. ‘Oh heerlijk, geef mij ook een slok.’ Zo spelen we, tegen beter weten in, alsof we aan een vorstelijk maal zitten.
dinsdag, december 28, 2021
zondag, december 26, 2021
Ik vertrek 4
‘Tijd genoeg? De universiteit zal toch wel een zoekactie op touw zetten als ze van de schipbreuk horen.’
‘Ik help het je hopen. De kans is groot dat wij de enige overlevenden zijn, niemand weet dat wij op een onbewoond eiland zijn aangespoeld. Moderne middelen om onze aanwezigheid hier kenbaar te maken hebben we niet. Geef mij een reden waarom ze ons zouden zoeken, je bent na een schipbreuk al snel prooi voor de haaien.’
Lijkbleek kom ik overeind en ren bij Henk vandaan om de weinige inhoud van mijn maag uit te kotsen. Ondanks de warmte zak ik even later, trillend en met klam zweet op mijn voorhoofd, weer naast hem in het zand. Als hij een troostende arm om me heen slaat laat ik mijn tranen de vrije loop. Met gierende uithalen jaag ik alle opgebouwde spanning uit mijn lijf. Zachtjes klopt Henk op mijn schokkende rug. ‘Toe maar, Frida gooi het eruit. Stop maar even met flink zijn, het is tenslotte niet niks wat ons is overkomen.’ Langzaam kom ik tot bedaren. Als een klein kind snik ik nog wat na, maar dan raap ik mezelf weer bij elkaar en kruip voorzichtig onder Henk zijn beschermende arm vandaan. ‘Sorry, maar die haai was net iets teveel van het goede.’
‘Juist goed, zo’n huilbui geeft ruimte voor nieuwe moed.’
Even verdenk ik hem van opzet, maar laat die gedachte meteen weer varen. Door negatief over mijn gezelschap te blijven denken maak ik het noodgedwongen verblijf op dit zonovergoten eiland er niet beter op. Om de vieze smaak in mijn mond kwijt te raken reikt Henk een bekertje klappermelk aan. Ik pulk een dunne haar los van de kokosnoot en beweeg er voorzichtig mee tussen mijn tanden en kiezen. ‘Prima flosdraad. We moeten maar zuinig zijn op die haren, wie weet waar we ze meer voor kunnen gebruiken.’
Henk knikt goedkeurend. ‘Dat geldt voor meer zaken, we moeten spullen zoeken om een beetje beschermd te kunnen zitten en te slapen. Op het strand is het nu al te warm en te zonnig, laten we die groene jungle achter ons maar eerst verkennen. Hopelijk vinden we ook meer aan eetbare vruchten. Als de zon vanmiddag lager staat doen we een rondje langs het strand om te kijken of er materiaal is aangespoeld dat we kunnen gebruiken. Best kans dat er inventaris van het gezonken schip ligt. We deden aan boord verantwoord onderzoek naar plastic soep en spraken er schande van, maar ik denk dat we nu heel blij zijn met aangespoelde blikken en flessen.’
Henk staat op en hangt de survival kit aan zijn schouder. ‘Ga je mee?’ Aarzelend volg ik hem door het lage struikgewas. De schoonheid van de exotische omgeving gaat op deze eerste tocht volledig aan me voorbij. Angstvallig blijf ik naar de grond kijken. Ik durf niet te zeggen dat ik met mijn blote voeten in sandalen bang ben voor alles wat er kruipt. Ondertussen raapt Henk een paar grote afgevallen palmbladeren op. Hij houdt ze omhoog.
‘Kijk dat wordt een mooi dak boven ons hoofd, misschien kun jij er ook paar meenemen?’
Als ik buk, zoekt een felgroene hagedis over mijn voeten een veilig heenkomen. De gil die ik slaak doet een paar bontgekleurde vogels krijsend opvliegen. Henk draait zich om. ‘Arme beesten, hun rust is compleet verstoord. Nou ja op den duur zullen we wel aan elkaar wennen.’ Ik vraag me in stilte af of het voor mij, wat betreft Henk zijn humor, ook zal opgaan.
donderdag, december 23, 2021
dinsdag, december 21, 2021
Tegenstelling
maandag, december 20, 2021
Ik vertrek 3
Iemand roept: ‘Frida wakker worden.’ Met een ruk schiet ik overeind. ‘Het vuur, brandt het nog?’
‘Nee, maar het is niet erg, er is genoeg materiaal om dat weer nieuw leven in te blazen. Ik had die wacht niet van je mogen vragen, jij was net zo goed moe, het spijt me. Ik heb een ontbijtje voor je.’ Op het emaille bordje dat Henk me aanreikt ligt een stapeltje gesneden vruchtvlees van een kokosnoot, er naast staat een emaille kroesje met een melkachtige vloeistof. ‘Drink eerst die melk op dan tap ik je meteen bij, het wordt tijd om het vochtgehalte op peil te brengen. We zijn behoorlijk aan het uitdrogen.’ Ik sla de inhoud van het kroesje in twee teugen achterover, nu pas heb ik in de gaten hoe dorstig ik ben. Vanuit een gaatje in een kokosnoot, die verder nog helemaal in takt is, schenkt Henk het kroesje opnieuw vol. Gulzig drink ik het bekertje tot op de bodem leeg. Dan begin ik aan het vruchtvlees en houd Henk ook het bordje voor, maar hij blijkt zijn portie al op te hebben. Ik heb zo diep geslapen dat ik niet heb gemerkt dat Henk, nadat hij eerst flink wat klappermelk heeft gedronken, een kokosnoot op een rotsblok heeft staan kraken. Hij laat me de drie dunne plekken in de noot zien. ‘Als je in de dunste plek een scherp voorwerp boort loop de melk vanzelf naar buiten. Daarna kun je de noot met een hamer op een rotsblok kraken.’
‘En jij hebt dat gereedschap bij je?’
‘Ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik niet heb bezuinigd op de aanschaf van een survivalkit. Ik zal het je vandaag bij de volgende maaltijd demonstreren, want voorlopig staan we op een kokosdieet. Neem nog een beker melk, dan drink ik de rest op. Daarna moeten we aan de slag met praktische zaken. Te beginnen met de notitie van dag en datum.’
Omdat de zon al vroeg begint te branden zoeken we de schaduw van de bosjes op. Voorzichtig vul ik de pen met inkt en schroef het flesje weer zorgvuldig dicht. Om inkt te sparen besluit ik mijn notities kort te houden. Op de eerste bladzij noteer ik. Dinsdag 16 maart 2010 schipbreuk, één nacht rondgedobberd, op woensdag samen met Henk Voortman aangespoeld op onbewoond eiland. Donderdag 18 maart start dagboek 1.
‘Goed, dat is duidelijk voor de rest van ons verblijf. Wat je ook schrijft, noteer in elk geval dagelijks de datum. Concentreren we ons nu op de tijd. Onze horloges en telefoons zijn niets meer waard nadat ze zolang in het zeewater hebben gelegen. Het hoeft niet op de minuut nauwkeurig, maar het zou handig zijn als we bij benadering weten hoe laat het is. Ik stel voor dat we een zonnewijzer maken.’
‘Een zonnewijzer, hoe denk je dat te doen?’
‘Jij denkt waarschijnlijk aan een ingewikkelde stalen constructie in het midden van een groot grasveld, maar dat hoeft helemaal niet. Het kan heel simpel met een stokje en een handvol stenen.’
Zijn wijsneuzige toontje irriteert me, ik weet heel goed dat het niet fair is maar zeg toch met spottende ondertoon; ‘Ik lijk wel te zijn aangespoeld met een padvinder.’
‘Klopt Frida, alleen heet dat tegenwoordig scouting, de hopman met stok en deukhoed bestaat al jaren niet meer.’
Ik bloos en voel me opnieuw op mijn nummer gezet. Henk schiet in de lach. ‘Mijn gevoel voor humor is niet helemaal het jouwe geloof ik. Nou ja we hebben de tijd en er is weinig keus. Het zal tussen jou en mij heus wel goed komen.’