Tussen Sneek en Ysbrechtum meandert een wandel/fietspad in de weilanden die knalgeel zien van de boterbloemen. Aan weerszijden staat een klaphek dat voor fietsers moeizaam te bedienen is. Het echtpaar Grutto heeft in het hoge gras een nestje met kroost dat luidkeels beschermd wordt. Fietsers en wandelaars worden getrakteerd op een duikvlucht boven hun hoofden en de vogels schromen niet wat witte vlekken op ze neer te flatsen. Niettemin is het prachtig fietsen in dit gebiedje. Totdat je aan het eind zo'n zwaar klaphek op je pad vindt dat eindigt op een dam over een brede sloot. Meestal gaat het goed maar nu is er toch een campinggast die nog een laatste klapje van het hekje meekrijgt. De man doet alle moeite om in de benen te blijven, maar zijn voertuig is niet van zins enige medewerking te verlenen en hij duikelt onder onze ogen met fiets en al in de prutsloot. Gelukkig staat hij snel overeind, het vieze water reikt tot halverwege zijn borstkas, de grijze haren zitten vol groenige slierten, zijn bril staat scheef en zijn handen zien blauw van de modder.
Met vereende krachten helpen we samen met een scholier, die over de doorgaande weg voobijfietst, de drenkeling inclusief fiets op het droge. Druipnat en vanaf zijn middel onder de stinkende, vette prut, fietst hij samen met ons naar de camping. Daar stapt de man onder de warme douche en gaat zijn kleding inclusief sportschoenen in de wasmachine. Er zijn een spoelprogramma vooraf en twee wasbeurten nodig om de gore lucht te verjagen. Daarna zorgt een stevige Friese wind voor een zuiverende werking.
Ondanks ruim gebruik van zeep ruiken wij de blauwe modder uren later nog aan onze handen.
Onder duizend dankbetuigingen in onze richting verklaart het slachtoffer voortaan over Ysbrechtum naar Sneek te fietsen. De grutto's zullen het toejuichen.
De schrijfveer van vandaag 'het cruciale hekje' past wonderwel bij bovenstaand verhaal.



