Gistermiddag was de laatste van een reeks muzikale voorstellingen.
Een uitsmijter van
jewelste.
Sta je zomaar voor niets naar Freek de Jonge en zijn band te
luisteren en te kijken.
Een ongedwongen optreden in de open lucht. De enige glamour
zijn de twee pakken van Freek.
Hij begint in een knalblauw jasje met glitters met daaronder
een roodgestreepte broek en hij eindigt in een rood jasje met
goudkleurige knopen. Gek genoeg past het bij de man, het staat hem goed. Zijn liedjes
of zoals Freek spottend zegt; “Tegenwoordig noemen ze dat songs.” zijn mooi van
tekst en goed gezongen. En zijn vijfkoppige band weet de sfeer helemaal af te
maken.
Er zijn nieuwe en oude nummers. Gelukkig ontbreekt ook de
Vondeling van Ameland niet.
Tussendoor praat hij middels cabareteske teksten de boel aan
elkaar.
Hilarisch hoe hij vertelt over zijn vader die voor de
snackbar, waar hij drie zakken patat heeft besteld, in gebed gaat. Of hoe hij
zegt eenmaal Jacques Brel te hebben ontmoet en die ontmoeting steeds verder af
laat glijden tot uiteindelijk een poster van de stad Parijs die hij helemaal
niet bereikt.
Adrem speelt hij in op het publiek en als je niet uitkijkt
sta je voor het volle plein voor joker.
Maar niet lang, want Freek is alweer onderweg naar een
volgend lied of een komische of scherpe opmerking.
Het toegstroomde publiek, jong, middelbaar en oud staat dik
een uur te genieten.
De organisatie heeft er vast een slordige duit voor betaald,
maar dan heb je ook wat staan op het mobiele podium.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten