Dag huis aan het kanaal waar ik geboren ben, je staat er nog
steeds. Qua omvang aan de buitenkant zie je er nog hetzelfde uit met dat
puntdakje, een klein raam aan de voorkant en de deur opzij. Binnen zal je zijn
aangepast aan de eisen des tijds.
Ik heb vage herinneringen aan je of zijn het de verhalen die
ik over je heb gehoord?
Dag huis in de nieuwe straat waar ik mijn prille jeugd
doorbracht. Jij werd gebouwd tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog.
De straat bestond uit blokken met zeven woningen op een rij. Jij was nummer 7
en de laatste in de rij van het blok aan het begin van de straat.
De kamer was ingericht met moderne rotan stoeltjes en een
ronde eettafel met vier stoelen in windsor stijl. De stoelen hadden een opengewerkt
motief tussen de spijlen van de rugleuning, ze bleken oersterk. Je had een,
voor die tijd, luxe granieten lavet met alleen koud stromend water. ’s Winters
stond op vrijdagavond de zinken teil voor de wekelijkse badbeurt in de kamer
voor de zwarte kachel.
Ik zat op jouw trap te huilen toen ik er één dag lagere
school had opzitten.
Mijn moeder dacht dat ik weer eens protesteerde tegen het
feit dat ik eerder naar bed moest dan mijn vier jaar oudere broer. Dit keer was
er iets anders. Ik was bang dat ik niet zou overgaan, zo zwaar was me die
eerste dag gevallen.
Je kunt niet meer vertellen over het bed waarin ik, geveld
door geelzucht, als een prinses op de erwt voor het grote raam in de kamer lag.
Ik sleet mijn dagen met een stapel Donald Ducks, Gouden Boekjes en mijn poppen.
De kinderen uit de buurt kwamen voor het raam gedag zeggen. Ik genoot van alle
aandacht.
Je bent verdwenen, jij en je soortgenoten voldeden niet
meer. Je hele straat werd afgebroken en nu staan er weer nieuwe huizen op een
rij, allemaal van alle gemakken voorzien.
Dag alleenstaand huis met je erker en het balkonnetje
daarboven. Je grote zolderkamer waar ik visnetten ophing en als het koud was
met sokken aan en kruik naar bed ging.
Je was eigendom van mijn oom en wij mochten er tegen een
lage huurprijs in wonen. Dat was aardig van hem want mijn moeder moest van een
klein loontje haar twee kinderen zien groot te brengen. In jou beleefde ik mijn
puberteit.
De rotanstoeltjes stonden in jouw voorkamer waar we weinig
kwamen omdat twee kolenkachels stoken veel te duur was. Daarbij haalde je aan
die rotstoeltjes je nylonkousen open. In de achterkamer was het knus met de diepe
fauteuils die we geërfd hadden.
Ze stonden bij de oude kachel die was mee verhuisd.
Bij jou verschenen, als het vroor, de bloemen op de ramen en
moesten we ’s avonds de waterleiding afsluiten om de volgende dag gewassen naar
school te kunnen. De gasbel in Slochteren moest nog worden aangeboord, met de gashaarden die toen kwamen waren we eindelijk
verlost van het sjouwen met kolen en het ’s morgens opporren van het smeulende
vuurtje.
Aan de eettafel speelden we menig partijtje scrabble waarbij
ik vaak aan de verliezende hand was. Op jouw stoep kreeg ik de eerste zoen van
mijn eerste vriendje en zat ik te wachten tot ik werd binnengelaten, want de
achterdeur zat al op slot. Ik had me niet aan het tijdstip van thuiskomen
gehouden
Jouw uiterlijk herken ik nauwelijks nog. Toen mijn oudste
neef wilde trouwen moest mijn moeder, die inmiddels samen met jou het rijk
alleen had, het veld ruimen. Neef brak je van binnen bijna tot de grond toe af
en ook je buitenkant werd grondig onder handen genomen.
Ik ben nooit naar je binnenste gaan kijken, ik vond neef
toch al niet zo aardig en dat hij de oorzaak was van moeders gedwongen
verhuizing, nam ik hem niet in dank af. Moeder dacht er anders over en achteraf
begrijp ik het wel. Je was te groot en veel te bewerkelijk voor een vrouw
alleen. Met hulp van haar broer kreeg moeder een ander huis toegewezen. Dat kon
hij makkelijk regelen want hij was bestuurslid van een woningbouwvereniging. In
het belang van zijn zoon moest iemand anders op de wachtlijst wijken.
Ach, warme comfortabele tussenwoning aan het plantsoen, met
uitzicht op een vijver en een prachtige treurwilg. Een tuintje voor en achter,
wat was moeder tevreden met je.
Eenmaal ingericht met het vertrouwde meubilair, gelukkig
zonder de rotanstoeltjes, was het ook in jou goed toeven.
Ik woonde er wel niet, maar kwam graag een paar dagen ‘thuis’
als ik vrij was van mijn werk.
De oude eettafel bood zicht op een wild achtertuintje waar
moeder de varens, de akelei en de digitalis rustig hun gang liet gaan. Ik
verloor nog altijd de meeste potjes scrabble die we tot diep in de nacht
speelden.
Aan jouw uiterlijk is niets veranderd de afgelopen jaren, helaas
kreeg je een andere bewoner.
Schrijfcursus opdracht: beschrijf een voorval uit je leven en laat daarbij een huis, waar je hebt gewoond, een rol spelen. Ik koos voor bovenstaande opzet.
Wat mooi om zo wat stukjes van je leven te leren kennen via de huizen.
BeantwoordenVerwijderenIk vind het mooi geschreven. De steeds terugkerende strofen. Het leven beschrijven aan de huizen. Prachtig
BeantwoordenVerwijderenHeel mooi geschreven, beeldend en zintuiglijk, en tegelijk een tijdsbeeld en een stukje autobio.
BeantwoordenVerwijderenFijne reacties, dank!
BeantwoordenVerwijderen