Het was in de zomer van 1980 dat ik besloot een huisdier aan te schaffen.
Van huis uit was ik gewend
met ten minste één kat
te leven.
De huisbaas bij wie ik destijds een kleine bovenwoning huurde had tegen een kat geen bezwaar en dus toog ik op een vrije dag vanuit Groningen naar het dierenasiel in Zuidwolde, steevast van plan met een eenkleurige poes thuis te komen. Het liefst zwart of rood. Het geslacht vond ik minder van belang aangezien het niet de bedoeling was dat mijn kat van het buitenleven zou gaan genieten. Hij of zij zou met recht een huisdier worden.
De huisbaas bij wie ik destijds een kleine bovenwoning huurde had tegen een kat geen bezwaar en dus toog ik op een vrije dag vanuit Groningen naar het dierenasiel in Zuidwolde, steevast van plan met een eenkleurige poes thuis te komen. Het liefst zwart of rood. Het geslacht vond ik minder van belang aangezien het niet de bedoeling was dat mijn kat van het buitenleven zou gaan genieten. Hij of zij zou met recht een huisdier worden.
In het asiel liep een diversiteit aan volwassen katten in een grote ruimte vrij rond, sommige zaten
in kooien en waren blijkbaar nog niet
voldoende gewend of misschien wel te agressief om vrij rond te lopen.
Ik herinner me niet of ik de kans heb gehad er naar te informeren want in haar kantoortje nam de toenmalige beheerster een klein cypers katje, dat was uitgerust met een flink stel oren, op haar schoot. Terwijl ik haar mijn wensen voorlegde aaide ze het beestje liefdevol over de rug. Toen ik was uitgepraat vertelde ze dat het katje op haar schoot een jong zwervertje was dat nog te klein was om tussen de volwassen katten te leven, uit veiligheidsoverwegingen werd ze overdag in het kantoor gehuisvest, want je zou niet willen dat zo’n schattig beestje het gedwongen verblijf in het dierenasiel niet zou overleven. Zo ongeveer was de strekking van haar tranentrekkende verhaal en ik vloog er met open ogen in.
Ik herinner me niet of ik de kans heb gehad er naar te informeren want in haar kantoortje nam de toenmalige beheerster een klein cypers katje, dat was uitgerust met een flink stel oren, op haar schoot. Terwijl ik haar mijn wensen voorlegde aaide ze het beestje liefdevol over de rug. Toen ik was uitgepraat vertelde ze dat het katje op haar schoot een jong zwervertje was dat nog te klein was om tussen de volwassen katten te leven, uit veiligheidsoverwegingen werd ze overdag in het kantoor gehuisvest, want je zou niet willen dat zo’n schattig beestje het gedwongen verblijf in het dierenasiel niet zou overleven. Zo ongeveer was de strekking van haar tranentrekkende verhaal en ik vloog er met open ogen in.
Om een lang verhaal kort te maken. Ik reed terug naar de stad
waar ik in de dierenwinkel een reismand, een kattenbak inclusief een zak met
korrels en een blikje voer kocht. Vervolgens liet ik mij ik in Zuidwolde een
cypers katje van het vrouwelijk geslacht overhandigen dat qua kleur niet aan
mijn wensen voldeed maar haar grote oren en goudkleurige ogen met strakke
eyeliner strepen aan weerszijden maakten dat gemis meer dan goed.
Ik gaf haar de naam Tukker,
bijnaam voor de bewoners van Twente, mijn geboortegrond.
Vanaf nu zal ik een aantal
van haar avonturen, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw op schrift zijn
gesteld en bewaard zijn gebleven, herschrijven en hier plaatsen onder het label
Kattenpraat.
foto ferrara
Yes! Kom maar op.
BeantwoordenVerwijderenFerrara,
BeantwoordenVerwijderenIk heb een nieuwe laptop en kan er dus weer tegenaan.
Ben benieuwd naar de belevenissen.
Ik had zelf ook negentien jaar lang een kat, die als zwerfkatje van enkele weken kwam aanlopen.
De mijne moest wel buiten blijven, want ik ben allergisch voor katten(haren).
Groetjes,
jeer
Ik heet Tukker van harte welkom. Kan niet wachten op haar avonturen.
BeantwoordenVerwijderenWat een schoonheid om te zien!
BeantwoordenVerwijderenoeh leuk!
BeantwoordenVerwijderenIk ben echt geen kattenmens, maar je verhalen zijn welkom! Altijd leuk!
BeantwoordenVerwijderen