In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

vrijdag, december 07, 2018

De Kersthaas die weerbaar maakt

Zoals beloofd de definitieve versie van het kerstverhaal. 

De Kersthaas die weerbaar maakt

Op speurtocht naar een opblaasbare kerstman bezoekt Sander de Kleine, samen met zijn zoontje Tim, alle tuincentra in de buurt. Overal krijgen ze nul op hun rekest. Alle kerstmannen zijn uitverkocht. De laatste tuinman heeft in het magazijn nog een paashaas liggen en die mag mee voor een zacht prijsje. Sander, het type dat van de nood altijd een deugd weet te maken, mikt de slappe haas in de achterbak van de auto. Moedeloos en met hangend hoofd gaat Tim naast hem zitten. Onderweg naar huis doet hij er het zwijgen toe. Demonstratief blijft hij uit het zijraampje kijken. Zijn vader vraagt wat er in hem is gevaren. ‘Sinds die haas in de achterbak ligt kijk je chagrijnig. Wat is er mis met die aankoop?’

‘Pap, er is van alles mis met die haas. Hij is bruin, met Kerst heeft het niets te maken en ik heb op school verteld dat je een levensgrote Kerstman in de tuin gaat zetten. Klaas Terpstra zal me vast pesten. Ik hoor hem nu al zeggen. Heeft die halve gare vader van je weer iets geks bedacht? Wie zet er nou met Kerst een haas in zijn tuin? Echt Pap, ik schaam me dood.’ 
‘Schaam jij je voor je vader of voor die haas? Of voor beide? Het spijt me jongeman, maar je zult het toch echt met mij moeten doen. Over de haas kunnen we nog praten. Laten we maar eens zien wat je moeder ervan vindt. En verder moet jij je van dat vervelende klasgenootje niets aantrekken. 
Het ene oor in en het andere oor uit met klierige opmerkingen.’

Tim begrijpt dat hij aan het kortste eind trekt.
Zijn moeder zal de komst van de vervangende haas alleen maar toejuichen. Die vindt alles leuk wat zijn vader verzint. Ze heeft Tim ooit eens verteld dat ze verliefd werd op zijn vader omdat hij voor elk probleem wel een oplossing vond. Voorlopig kan zoonlief haar gevoel niet delen.

Als Tim ’s avonds in bed ligt blaast zijn vader met behulp van de elektrische pomp van het luchtbed leven in de haas, met de sproeikop van de tuinslang maakt hij het bruine gevaarte nat. De nachtvorst doet de rest. De volgende morgen weet zijn zoon niet wat hij ziet. Een enorme Kersthaas staat onder een prachtige witte laag rijp de tuin op te vullen.
In de garage heeft Sander blokken piepschuim en lege dozen in allerlei kleuren geverfd. Op verzoek van zijn vader veegt Tim, die nog steeds de pest in heeft, met de sneeuwschuiver de ruimte om de haas mooi glad. Zijn vader drapeert de dozen en het piepschuim, alsof het cadeautjes zijn, om de haas heen. Tot slot hangt hij kerstverlichting tussen de opstaande oren. 
Tim’s zorgen over zijn plaaggeest nemen toe. Het ontbreekt er nog maar aan dat de lichtjes knipperen. Opnieuw zeurt de treiterende stem van Klaas in zijn oren. ‘He, Tim was alleen de haas niet genoeg, moest je vader nog meer de clown uithangen. Wat een circusattractie staat er in jullie tuin, de hele buurt praat erover.’

Later, tijdens het ontbijt roert Tim lusteloos in zijn bord havermout.  Hij ziet er als een berg tegenop om naar school te gaan.
Zijn moeder ziet het aan. Het liefst zou ze die pestkop van Terpstra de wacht aanzeggen, maar dat probleem moet Tim toch echt zelf oplossen.
‘Klaas is waarschijnlijk jaloers dat jij zo’n leuke vader hebt. Jij zou daar ook wel blijer mee mogen zijn. Hij moet het doen met een saaie vader die er in zijn boekhouderspak uitziet als een grijze muis. Laat die knul kletsen. 
Zwijgen en er bovenstaan.’
Ze besluit het opvoedkundige praatje met de geheimzinnige belofte dat hij aan het eind van de schooldag zorgeloos aan de kerstvakantie kan beginnen.

Onderweg naar school overdenkt Tim het gesprek met zijn moeder.
Ze heeft makkelijk praten, zij staat straks niet voor joker op het schoolplein.
Dat je in zijn klas beter af bent met een saaie vader, willen zijn ouders niet begrijpen.
Tim denkt terug aan het schoolkamp waar ook zijn vader als begeleider mee was en hoe hij uit een grijze vuilniszak een poncho voor hem knipte omdat hij zijn regenkleding was vergeten. Klaas was er als de kippen bij om te vragen of zijn vader hem bij de vuilnis had gevonden.
De herinnering maakt hem zo kwaad dat hij in zijn broekzak zijn handen tot vuisten balt. Strijdlustig neemt hij zich voor zich niet nog eens te laten vernederen. Met opgeheven hoofd loopt hij het schoolplein op waar Klaas hem, omringd door zijn vaste vriendenclubje, al staat op te wachten.
‘Tim zijn vader is een dwaas, Tim zijn vader is een … Voor Klaas het woord haas kan scanderen raakt de rechter vuist van Tim hem vol op zijn linker oog. Verbaasd door de uithaal tuimelt hij in de sneeuw.
Tim duikt bovenop hem. Hij hoort zijn moeder zeggen. ‘Je moet er boven staan.’ Er bovenop zitten, zal ze bedoelen.
Voor zijn vuist het gezicht van Klaas opnieuw raakt wordt hij door meester Bolks, die pleinwacht heeft, aan zijn rechter arm omhoog gesleurd. Vervolgens helpt de man Tim’s slachtoffer overeind. ‘Meekomen allebei.’

Terwijl meester Bolks tussen de vijanden in richting schooldeur beent, vraagt hij zich af wat hij heeft gemist.
Hoe kan het dat de meest verlegen leerling de brutaalste klasgenoot neerhaalt? Blijkbaar is Klaas niet de enige die een lesje moet leren.

Als Tim die middag uit school komt, schitteren hem de twinkelende oren van de Kersthaas tegemoet. Hij vindt zijn ouders druk doende in de garage.
Zijn vader roert in een ketel glühwein en op een andere gaspit staat een enorme pan chocolademelk langzaam op te warmen. Op de werkbank ontwaart Tim een doos kartonnen bekers en een aantal strooibussen poedersuiker. 
Zijn moeder vult emmers met oliebollen die ze die dag heeft gebakken.
‘Je moeder heeft voor vanavond een buurtfeest georganiseerd, ze heeft iedereen uitgenodigd om bij de Kersthaas de vakantie in te luiden. 
Sjoerd Koedijk van de Klaroen komt ook. Hij maakt foto’s en gaat een verslag voor de krant schrijven.’

Tim begrijpt dat dit het feest is dat zijn zorgen moet laten verdwijnen. Niets is minder waar. Om de vrolijke stemming van zijn ouders niet te bederven zet hij het plan, om de vechtpartij van die ochtend op te biechten, uit zijn hoofd.
Ze zijn zo druk met de voorbereidingen dat het ze niet opvalt dat Tim zich op zijn kamer terugtrekt. Daar ziet hij aan het eind van de middag de eerste gast komen. Gehuld in een dikke grijze jas en met een weinig flatteuze pet op zijn hoofd, komt een nors kijkende Terpstra het tuinpad op. Hij duwt zijn onwillige zoon voor zich uit.
Tim hoort de voordeur opengaan. ‘Welkom in huize de Kleine wat gezellig dat jullie er zijn’, zegt zijn vader.
‘De vader van Klaas antwoordt ijzig. ‘Jij denkt zeker, ik doe alsof mijn neus bloedt, mijn naam is haas, zo gemakkelijk kom je er niet van af, de Kleine…

Vader Terpstra wijst op het gezicht van zijn gehavende zoon. ‘Over dit gevalletje gezichtsverlies dat jouw zoon heeft aangericht wil ik eerst zijn excuses, eerder kom ik hier geen feest vieren.’
Sander de Kleine kan een grijns van trots nauwelijks onderdrukken.
‘Tim moet een reden hebben gehad om je zoon zo toe te takelen. Vertel eens Klaas wat is er precies gebeurd?’
 ‘Dat kan een blind paard zien, jouw zoon heeft hem een blauw oog gemept. Dat is er gebeurd.’
Sjoerd Koedijk, de verslaggever van de Klaroen ruikt een vette roddel voor zijn krantje. Hij ziet de kop al voor zich. 
“Kerstborrel begint met burenruzie.”
‘Sjoerd als je foto’s wilt maken, de haas en alle lekkernijen staan achter in de tuin.’  Met een vriendelijke glimlach voorkomt Tim’s moeder dat het mishandelde slachtoffer en de ruziënde vaders de volgende dag de voorpagina van de Klaroen sieren.

Nadat Koedijk wat bedremmeld is weggelopen dirigeert ze het trio, dat nog steeds op de stoep staat, naar de keuken.
Voor Klaas staat er een beker warme chocolademelk en twee oliebollen met extra suiker klaar. ‘Hier knul eet dat maar eens lekker op.’
‘Sander haal jij Tim van zijn kamer dan kan voor het feest losbarst hier in de keuken de vrede worden getekend.’
Vriendelijk knikt ze de vader van Klaas toe, maar deze is steevast van plan zijn gram te halen.
‘Als jij denkt dit probleem met een paar oliebollen op te lossen, heb je het mis. Als die zoon van jullie geen goeie verklaring heeft en geen excuses maakt voor zijn gedrag, doe ik aangifte van mishandeling.’
‘Kom op Terpstra, je gaat van een handgemeen tussen twee jongetjes toch geen politiezaak maken. Ik ben het met Sander eens dat Tim vast een goede reden heeft gehad, Klaas een blauw oog te slaan.’
‘Ja, lekker samen onder een hoedje, daar staat de familie de Kleine om bekend. Jullie willen dus beweren dat de schuld bij Klaas ligt, dat geloof ik niet. Mijn kind is de vredelievendheid zelf. Of niet soms?’
Vader Terpstra kijkt zijn zoon doordringend aan. De rood aangelopen Klaas zwijgt in alle talen.

Op zijn kamer gooit Tim alle opgelopen frustraties, waar zijn vader geen weet van heeft, eruit. Daaronder zijn ook de uitlatingen die tijdens het zomerkamp zijn gedaan. Tot slot biecht hij de vechtpartij op, inclusief het rijmpje dat hij Klaas niet liet afmaken.
Opnieuw raakt Sander de Kleine vervuld van trots. De zoon die niet echt blij met zijn vader is, heeft het toch voor hem opgenomen.
Hij knuffelt zijn kind. ‘Goed gedaan, man. Ik ben trots op je, maar dat gaan we ze beneden niet vertellen. Wij gaan nu naar de keuken en daar vertel je waarom je zo boos bent geworden. Dat rijmpje laat je Klaas zelf opzeggen. 
Ik wil het gezicht van zijn vader dan wel eens zien. Ha, ha, mijn naam is haas, zat die even dicht bij de waarheid.’
‘Toe nou Pap, kun je niet één keer serieus zijn. Meneer Terpstra is hartstikke kwaad op me. Ik heb heus wel gehoord dat ik mijn excuses moet maken.’
‘Welnee joh, jij hoeft helemaal geen excuses te maken, dat gaat Klaas doen. Wedden om een oliebol?’

Schoorvoetend daalt Tim in het kielzog van zijn vader de trap af.
In de keuken staat zijn moeder nog steeds met vader Terpstra in discussie terwijl Klaas met gloeiende wangen voor zijn oliebollen zit, de chocolademelk heeft hij koud laten worden.
Alsof hij een optreden gaat geven zet Sander, Tim in het midden van de keuken. Zijn vrouw geeft hij een seintje zich er even niet mee te bemoeien.
‘Meneer Terpstra en Klaas ik vraag jullie aandachtig te luisteren naar wat mijn zoon heeft te vertellen. Hij zal aan het eind van zijn verhaal Klaas vragen een rijmpje op te zeggen, daarna Terpstra mag je aangifte doen als je dat dan nog wilt, maar ik wil eventuele excuses van Klaas ook graag in ontvangst nemen’.
Tim’s moeder geeft zijn vader een knipoog en steekt stiekem haar duim op. 
Ze vindt dat hij de situatie goed aanpakt. Tim ziet het gebeuren. Zij zal eens niet trots zijn op haar man. Klaas durft nauwelijks op te kijken en meneer Terpstra kijkt verbaasd van de een naar de ander.
Tim haalt diep adem en met een bibberende stem begint hij de pesterijen van Klaas en zijn maatjes op te sommen. Het varieert van het pikken van knikkers tot het uitsluiten bij de spelletjes op het schoolplein en dat Klaas veelvuldig Sander de Kleine een halve gare noemt. Als hij bij de vuilniszak als poncho komt neemt zijn stem in kracht toe. Opnieuw voelt hij woede in zich opkomen, het maakt dat hij Klaas recht in zijn in gehavende gezicht durft te kijken als hij bij de slotfase komt die aanleiding gaf tot de vechtpartij.
Op dat punt legt Sander hem het zwijgen op. ‘Aan jou Klaas om het rijmpje op te zeggen en nu helemaal.’

Angstig kijkt Klaas naar zijn vader, die tot dan toe zwijgend heeft staan luisteren. Deze knikt dat hij de gifbeker moet leegdrinken.
Huilend herhaalt Klaas de woorden: ‘Tim zijn vader is een dwaas, Tim zijn vader is een haas.’
Voor iedereen er erg in heeft geeft Terpstra zijn zoon een fikse draai om zijn oren. Tim’s vader grijpt in. ‘Stoppen Terpstra, maak het drama niet groter dan het is, je weet nu wat er echt is gebeurd, als er één excuses moet maken is het je zoon, zowel aan Tim als aan mij. Sorry, zeggen mag ook.’
Terpstra neemt zijn huilende zoon bij de arm en laat hem Tim’s hand schudden, daarna is Sander aan de beurt. Deze aait Klaas over zijn hoofd.
‘Zo zand erover, echte vrienden hoeven de jongens niet te worden, maar ik ga er vanuit dat de pesterijen hiermee tot het verleden behoren. Blijven jullie voor het buurtfeest of gaan jullie liever naar huis?’

Klaas gaat liever naar huis, zijn vader wil met Tim’s ouders graag een bekertje glühwein drinken om vrede te sluiten.
Buiten hebben zich rond de Kersthaas heel wat buurtgenoten verzameld, de schalen oliebollen gaan van hand tot hand en er wordt geklonken op een vredig kerstfeest.

Sjoerd Koedijk doet de volgende dag verslag van een sfeervol buurtfeest, inclusief foto.
Sander de Kleine heeft, zonder dat Terpstra het in de gaten heeft, de opstelling voor de Kersthaas zo gemanipuleerd dat hij en vader Terpstra samen proostend de voorpagina halen.

7 opmerkingen:

  1. Ferrara,

    Knap geschreven verhaal en eind goed al goed!

    Prettig weekend,

    jeer

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtig verhaal. Helemaal kerstig.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Een verhaal met een moraal die helaas uitgestorven is lijkt het wel. Tegenwoordig hebben ouders uitsluitend kinderen die niets fout doen, alleen de ander. Vroeger kreeg je thuis nog een draai om je oren als je straf op school kreeg omdat "je het dan wel verdiend zou hebben".

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Oi, das een lange, daar kom ik vanavond nog effe voor terug! @

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wat een prachtig verhaal en een goede les voor die pester. Dat ouders hun eigen kinderen meestal geloven is heel normaal, maar bij deze vader pakte het goed uit. Eind goed, al goed!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Schitterend, een einde zoals je het vaker zou willen zien.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @ Aan allen, dank voor jullie reacties en vooral het lezen. Voor een blog is het een lang verhaal geworden, maar belofte maakt schuld.

    BeantwoordenVerwijderen