Dinsdag 24 november plaatste ik naar aanleiding van de
tegenstelling Heet-Koud een gevelsteen met de beeltenis van Sint Laurentius.
Uit enkele reacties blijkt dat deze heilige wel wat nadere uitleg kan
gebruiken.
Laurentius leefde in de derde eeuw in Rome.
Het is de tijd
van de christenvervolgingen. Hij is diaken en belast met de kerkelijke
administratie en de zorg voor de heilige boeken. Daarnaast beheert hij de
giften die binnenkomen voor de arme kerkleden.
In het jaar 257 ontneemt keizer Valerianus de christenen het
recht op vergaderen.
Hij laat alle kerken en begraafplaatsen sluiten.
Als in 258 paus Sixtus in het geheim het Heilig Misoffer opdraagt en daarbij wordt verraden, maakt de keizer korte metten met de Kerkvader en zijn dienaren met de dood tot gevolg. Laurentius echter als schatbewaarder wordt gevangen genomen. Voor hij hem ter dood brengt wil Valerianus eerst de rijkdommen van de kerk in zijn bezit krijgen. Hij geeft Laurentius toestemming de schatten te halen. Deze benut de vrijheid om de rijkdommen onder de armen te verdelen. Met een grote groep arme mensen in zijn kielzog verschijnt Laurentius voor de keizer. Wijzend op zijn achterban zegt hij: ‘Ziedaar de schatten van de kerk.’
Voor straf wordt Laurentius gegeseld maar hij laat niets
los. Vervolgens legt men hem op een rooster boven het vuur waar hij de
legendarische woorden gesproken zou hebben: ‘Ik ben al gaar, keer mij om en eet
mij op.’
Een deel van deze tekst is in het Latijn op de gevelsteen
terug te vinden.
Deze geschiedenis verklaart waarom Laurentius het rooster
als attribuut heeft.
Evenals het feit dat hij beschermheilige is geworden van
veel ambachten waar met vuur gewerkt wordt. Kortom overal waar gestookt moest
worden werd Laurentius aangeroepen. Maar niet alleen daar want, mogelijk als gevolg van zijn zorg over de heilige boeken van de kerk, is hij ook
patroonheilige van alles wat met boeken, lezen en schrijven heeft te maken.
Laurentius is beschermheilige van de stad Alkmaar. In totaal zijn daar drie kerken naar hem genoemd waaronder de Grote Sint Laurenskerk. De gevelsteen is ingemetseld in een pand aan de Sint Laurensstraat die uitkomt bij voornoemde kerk.
Bijgaand twee foto’s.
Op de eerste staat Sint Laurentius in een van de kapellen van de kerk.
Het beeld is uit 1850 en komt uit Zuid-Frankrijk. Na restauratie werd het door
de gemeente aan de kerk geschonken.
Op de tweede is Laurentius hoog in de gevel te zien. Het
rooster is van redelijk recente datum. Het oorspronkelijke is verloren gegaan,
maar in het kader van de viering van 750 jaar stadsrechten krijgt de
beschermheilige in 2004 zijn attribuut terug.


Wat een prachtig verhaal daar houd ik van. En mooi boeiend geschreven.
BeantwoordenVerwijderenWat leuk dat je ons uitlegt hoe het zit. Een mooi verhaal.
BeantwoordenVerwijderenDat is een mooie aanvulling! Van Heiligen weet ik niet zo veel , dat zal mijn "niet katholieke "opvoeding wel zijn want daar spelen Heiligen een grotere rol.
BeantwoordenVerwijderenInteressante toelichting!
BeantwoordenVerwijderenInteressant blog!
BeantwoordenVerwijderenMooi verhaal, ik ben verzot op dit soort verhalen.
BeantwoordenVerwijderenFerrara,
BeantwoordenVerwijderenEen verhelderend verhaal, het spreekt mij aan, omdat één van mijn doopnamen Laurentius is en ik weet nu tenminste ook waarom ik geen liefhebber van barbecueën ben.
Groetjes,
jeer
Wat een verhaal zeg !
BeantwoordenVerwijderenIk lees je blog in de verkeerde volgorde...Ik was vergeten dat Laurentius ook gezegd heeft dat hij opgegeten mocht worden. Van dit soort verhalen smul ik.
BeantwoordenVerwijderenRotterdam heeft ook een Sint Laurenkerk. Als je het verhaal erachter kent, spreekt zo'n kerk net iets meer aan. Waarschijnlijk heeft door de naam de kerk de WOII overleefd. Het enige pand dat overeind stond in een plat gebombardeerde kale vlakte...