Gelukkig heeft Henk het brommende geluid wel gehoord. Schreeuwend komt hij aanhollen. ’Een vliegtuig, er komt een vliegtuig over.’ Hij rukt me het spiegeltje uit handen en neemt rechtopstaand het seinen over. Ik trek de tulband van mijn hoofd en begin naast hem als een razende met de handdoek te zwaaien als het vliegtuig in zicht komt. Henk smijt het spiegeltje van zich af, scheurt de handflare van zijn riem en staat het volgende moment als een Vrijheidsbeeld met de rokende fakkel boven zijn hoofd. Een log grijsgekleurd vliegtuig vliegt ons eiland voorbij. Zwijgend staren we het na. Met een driftig gebaar gooit Henk de uitgerookte fakkel in het zand. ‘Dit was onze enige kans, als ze ons gezien hebben komen ze vast terug, maar draaien kost tijd.’
We blijven het vliegtuig nakijken. Ik verbeeld me dat het steeds kleiner wordt. Mijn ogen vullen zich met tranen, het liefst zou ik nu krijsend van ellende in het zand zakken, maar ik realiseer me dat ik met een hysterische huilbui de stemming niet verbeter. Henk blijft gespannen turen. ‘Frida, kijk die bak ligt in een bocht, het verandert van koers. Hij komt terug.’
Henk heeft zijn hoofdbedekking ook losgemaakt. Zwaaien met de handdoeken is ons laatste redmiddel. Het logge gevaarte vliegt te hoog om iets van de cockpit te onderscheiden, maar het vliegt recht over ons heen, de bemanning moet ons gezien hebben. Gespannen wachten we een volgende vlucht boven ons hoofd af, het vliegtuig laat zich niet meer zien. Ik vis het spiegeltje uit het zand, we zullen het waarschijnlijk nog lang nodig hebben.
Verslagen zitten we op een rotsblok, de handdoeken als stille getuigen tussen ons in. Ik vraag me af wat voor soort vliegtuig het was. Als het een passagiersvliegtuig was geweest had het vast geen bocht genomen om daarna op een andere koers te verdwijnen. Henk vermoedt dat het een verkenningsvliegtuig was, hij heeft geen idee van welk land het afkomstig is. Dat zou kunnen betekenen dat de noodsignalen op het strand toch zijn opgepikt en dat er na vandaag misschien een schip wordt gestuurd. Dat we met ons eiland niet aan een drukke zeestraat liggen is wel duidelijk geworden. Het enkele vaartuig dat we af en toe zien is niet meer dan een stip aan de horizon. Er rest ons niets dan afwachten en het overleven voort te zetten.
’s Avonds bij het opgeporde kampvuur beschrijft Henk het scenario van een redding via zee, want een andere oplossing is er niet. Ik huiver, angstzweet breekt me uit bij de gedachte dat ik weer aan boord moet van een soortgelijk schip als waarmee we zijn vergaan. Henk merkt het op. ‘Frida, heb je nou echt gedacht dat de redding van een luxe cruiseschip zou komen? Een groot zeeschip kan hier niet even voor anker gaan om een paar drenkelingen op te pikken. Zelfs een kleiner schip moet op afstand blijven wil het niet vastlopen. Bereid je er maar op voor dat ze ons met een reddingssloep oppikken en dat je via een touwladder aan boord moet zien te komen. Daarna zitten we waarschijnlijk nog dagen op zee en liggen we weer doodziek in een hut.
Maar alles is beter dan hier zonder enig perspectief nog jaren te moeten zitten tot we doodgaan. Sinds ik dat vliegtuig zo nadrukkelijk heb gezien begin ik in een redding te geloven. Vanaf vandaag ga ik dagelijks naar Davy, want iedere dag kan de laatste zijn dat ik hem kan bezoeken. We doen er verstandig aan om de weinige bezittingen die we hebben bij elkaar te houden zodat we ze snel in het krat kunnen leggen. Het zou te zot zijn als we die op het laatste nippertje nog bij elkaar moeten zoeken. Je wilt toch niet dat je dagboeken hier achterblijven en ons avontuur op den duur onder het zand verdwijnt.’
‘Over die boeken zat ik vanmiddag zo diep na te denken dat ik het geluid van het vliegtuig miste. Op dat moment was er van een redding geen sprake, maar jij hebt zo overtuigend gepraat dat de media op ons zullen duiken, waarom zou een uitgever dan geen belangstelling hebben voor dat schrijven van mij.
Ik vroeg me serieus af of we niet moeten samenwerken om eventuele verdiensten eerlijk te verdelen. Meestal geven die lui een voorschot daar kunnen we dan een tijdje van leven voor we het boek afleveren.’
‘We? Hoe zie je dat voor je? Er zijn weinig schrijvers die volledig van hun boeken kunnen leven. Een paar weken geleden gaf je de indruk niet erg in een bestseller te geloven en nu kom je met een uitgever op de proppen.
In welk sprookje ben je al mijmerend beland?
De te grote schoenen van Davy aan je voeten lijken wel zevenmijlslaarzen geworden.’
‘Henk, ik meen het echt. Robinson Crusoe wordt ook nog altijd gelezen.’
Ze heeft gelijk, zelfs ik heb die gelezen
BeantwoordenVerwijderenOef, ik hoopte dat het nu eindelijk afgelopen zou zijn, maar nee, ze moeten nog even lijden. Voor ons fijn, maar dat is wel cru om te zeggen.
BeantwoordenVerwijderenWeer een spannende aflevering . Wat gaat het worden?
BeantwoordenVerwijderenOh wat is het weer spannend, Tja, als Frida net zo schrijft als jij komt het wel goed met dat boek natuurlijk.
BeantwoordenVerwijderenMooie conversaties. Heel realistisch.
BeantwoordenVerwijderenWat schrijf je toch goed, het loopt zó lekker als je zit te lezen.
BeantwoordenVerwijderenCompliment hoor !
Dank je wel.
Verwijderenhè, fijn dat het nog niet afgelopen is (voelt inderdaad wat wreed ...)
BeantwoordenVerwijderenHè? Ik heb er weer een gemist. Hoe dat kan snap ik ook niet, het is de tweede keer. Nou ja, hoef ik niet zo lang op het vervolg te wachten!!!
BeantwoordenVerwijderenHa ferrara,
BeantwoordenVerwijderenaan de ene kant hoop ik, dat ze gauw gered worden.
Maar ja... dan is het verhaal afgelopen.
Dus...
Laat nog maar even...
groetjes!
(en bedankt voor het ATC'tje!)
Arme Henk, dat afscheid van Davy zal nog lastig worden.
BeantwoordenVerwijderenEn dan die plannen over dat boek... hoe loopt dat af? Maar... eerst de redding! Dat gaat vast goedkomen! 🦋