In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

donderdag, maart 17, 2022

Ik vertrek 16

Tergend langzaam komt een schip in de richting van het eiland varen.
Het seinen is gestopt. Blijkbaar zijn ze aan boord tot de conclusie gekomen dat wij begrijpen dat redding nabij is. Zittend op het rotsblok wachten we op de dingen die gaan komen. Het krat staat achter ons in het zand. Onze schamele bezittingen worden afgedekt door de gehavende kleding van Davy. Henk heeft niet de bedoeling de laatste herinneringen aan zijn lief achter te laten. Opeens schieten mij de noodkreten die we gelegd hebben door mijn hoofd. Ik vraag me af of we die moeten vernietigen, stel je voor dat ze blijven liggen en gespot worden, met het risico dat een vergeefse reddingsactie wordt ondernomen. Henk is niet van plan voor een tijdrovende klus het eiland nog een keer te ronden. Hij wil klaar staan om de redders te verwelkomen. We besluiten het noodbericht dat het dichtstbij ligt aan te pakken. Terwijl we bezig zijn de stenen en schelpen zo uit elkaar te halen dat de letters SOS niet meer te lezen zijn, kunnen we de bewegingen van het schip in de gaten houden. Hoewel bestrijding van plastic ons reisdoel was laten we het gekleurde afval liggen. Er zal hier in de loop der tijd wel meer rotzooi aanspoelen. Het werk kost me veel energie. De laatste dagen raak ik steeds vaker buiten adem. Hijgend en doodmoe val ik neer op het rotsblok. Met een bezorgd gezicht kijkt Henk naar me. ‘Het wordt tijd dat we gered worden, jouw conditie gaat achteruit. Je klaagt niet, maar ik heb het heus gemerkt. Het zal mij niet verbazen dat je een flinke bloedarmoede hebt. Ondervoed zijn we in elk geval.’ 

Inmiddels kunnen we onderscheiden dat een grijze patrouilleboot voor anker gaat. Dat betekent dat niet een of andere viskotter is gewaarschuwd, maar dat er een georganiseerde reddingsactie op touw is gezet. Henk mompelt: ‘Ik hoop niet dat ze de Chinese marine op ons af hebben gestuurd, dat communiceert nogal moeilijk.’ Zelf heb ik daar geen seconde aan gedacht. Chinezen, Japanners het zal mij een zorg zijn wie ons oppikt. Als ze er maar zijn voor het donker wordt.

Rusteloos loopt Henk op en neer langs de vloedlijn. Voor zover wij op deze grote afstand kunnen zien is er op en rond het schip geen beweging. Misschien staan ze op de brug ons te bespieden met een verrekijker. Even bekruipt me de angst dat ze ons alsnog achter zullen laten. Dan klinkt er een scheepshoorn en krijgen we een boot in het vizier die met grote snelheid op ons af stuitert. Schuimend spat het zeewater op. ‘Ah, ze sturen een RHIB’, zegt Henk. ‘Vrij vertaald, een opblaasbare boot met buitenboordmotor.’
‘Ik hoop niet dat ze ons zo stuiterend naar dat schip varen.’ Ik hoor de bibber in mijn stem. Henk komt naast me zitten en slaat een arm om me heen. De spanning in zijn lijf is duidelijk voelbaar.  ‘Niet bang zijn, die lui weten heus wat ze doen. Je hebt de afgelopen maanden voor heter vuren gestaan.’ Dicht tegen elkaar wachten we staand op het strand de landing van de rubberboot af die snelheid terugneemt en tenslotte half in het water en half op het zand tot stilstand komt. Henk haalt opgelucht adem. ‘Nieuw-Zeelandse marine.’

Twee gehelmde mannen in oranje pakken met zwemvesten aan klimmen van boord en komen met uitgestoken hand op ons af. De spanning wordt ons allebei te veel huilend begroeten we onze redders. Ze laten de emoties over zich komen en wachten rustig af tot we onszelf weer onder controle hebben. Dan begint het vraag en antwoord ritueel. Wie we zijn, uit welk land we komen, hoe we hier zijn beland en hoe lang we op dit eiland zitten. Natuurlijk zijn ze op de hoogte van het onderzoeksschip dat is vergaan, daar zullen we de komende dagen alle details over horen. We zijn gered doordat de noodkreten in het zand door een passagier in een vliegtuig zijn opgemerkt. Daarna volgde al snel de verkenningsvlucht met gevolg dat we nu oog in oog staan met een deel van de bemanning van het patrouilleschip. De mannen willen ons zo snel mogelijk aan boord brengen voor een kort medisch onderzoek. Daarna mogen we een nacht slapen en morgen willen ze met ons terug naar het eiland om de noodkreten op te ruimen. Nu is daar met de invallende duisternis geen tijd meer voor. Ik ben blij met die gang van zaken, dan kunnen we ook op het graf van Davy wijzen. Het krat wordt op de bodem van de boot gezet en nadat de reddingsvesten om onze magere lijven zijn bevestigd varen we in stevig tempo, maar niet stuiterend, naar het patrouilleschip. Een bemanningslid ondersteunt me als ik op de valreep stap, Henk volgt vlak achter me. Aan het eind staat de commandant ons op te wachten, naast hem een jongeman in een wit uniform.
Ik hoor nog net: ‘Welkom aan boord.’ Het wordt zwart voor mijn ogen, ik voel dat Henk me opvangt, dan gaat bij mij het licht uit.

13 opmerkingen:

  1. Wat fijn voor ze. Ik gun het ze echt, maar wat jammer dat het ( bijna) afgelopen is. Je bent echt een geweldige schrijfster.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Goh, het ontroerde me. Mooi geschreven.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Je wist het tot het einde toe voor mij spannend te houden. 👏
    Prachtig verhaal

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Gered, benieuwd naar, hoe nu verder !

    BeantwoordenVerwijderen
  5. En alweer zó gedetailleerd uitgewerkt met van alles waar ik niet bij nagedacht zou hebben. Hulde!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Soms kun je niet je doelen halen door omstandigheden.
    Zou mij niet uitmaken hoe ik op het schip zou komen, als ik er maar op kwam.
    Net voor de aankomst van het schip gaat het licht uit, het zal de spanning zijn. Hans

    @ mijn buurvrouw had nog niemand gesproken, nu verder proberen te helpen.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. ha ferrara,

    eind goed al goed...
    Al zul jij er vast nog wel een eindje aan breien.
    Ik vond het een spannend verhaal.
    Ik zat er helemaal in...

    Prettig weekend, Marlou

    BeantwoordenVerwijderen
  8. @ Beste Lezers, Frida en Henk zijn nog niet thuis, daarbij hou ik niet van een open einde.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Wat heb je het allemaal goed doordacht en ingeleefd! Ik wil niet dat het al bijna afgelopen is :-(

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Manmanman wat houd jij de vaart en de fictie erin. Ongelooflijk knap bedacht en in elkaar gezet. Even bijgelezen. Hoop dat het nog even doorgaat. Iets met een patrouilleschip wat op de klippen loopt?

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Eindelijk gered, geweldig omschreven Ferrara! Gelukkig redders zie ze kunnen verstaan. Dat Frida het even niet meer trok is niet zo gek.

    BeantwoordenVerwijderen