De toegangsdeur van de kleine kapsalon waar ik klant ben, is voor een groot gedeelte afgeplakt met reclame. Door een vrijgelaten kiertje in het raam zie ik een paar parmantige laarsjes in tijgerprint rondscharrelen. Eenmaal binnen constateer ik dat ze aan de voetjes steken van een peuter die van top teen in bleek roze is gekleed. Zelfs de speldjes in haar blonde krulletjes hebben die kleur. De man die door de kapster van dienst onder handen wordt genomen is onmiskenbaar haar vader, want meer klanten zijn er niet.
Terwijl ik mijn jas ophang neemt de kleine meid mij van top tot teen op. Blijkbaar kan ik door de beugel want zodra ik neerstrijk in het zitje met een tafeltje waarop de krant net past, schuift ze me haar kleurboek onder de neus. Na instructies over de kleurpotloden die ze uit een etui tovert, mag ik op een bladzij met afbeeldingen uit de ruimtevaart de sterren blauw kleuren.
Hoewel ik liever de Alien van een gifgroen pakje had voorzien doe ik volgzaam wat me is opgedragen. Zelf neemt ze een soort zon voor haar rekening die vooral buiten de lijntjes felgeel oplicht. Algauw is het onderwerp niet interessant meer en bladert ze door naar een schone pagina. Ze neemt me het potlood uit handen en steekt het demonstratief in het rooster van het verwarmingselement waar we naast zitten. Streng spreekt ze me toe.
’Daar mag je niks opleggen want als het erin valt is het weg.’ Ik beloof dat ik de kleurpotloden terug zal leggen in het etui. Blijkbaar vertrouwt ze me niet helemaal want tijdens het inkleuren van de stippen van een uit de kluiten gewassen lieveheersbeestje herhaalt ze haar boodschap nog zeker twee keer. Braaf knik ik haar toe en denk er het mijne van. Vermoedelijk ligt ergens in die verwarming een kleurpotlood dat ze bij een vorige knipbeurt van haar vader is kwijtgeraakt. Het wordt me echt duidelijk dat ze hier vaker komt als haar vader uit de kappersstoel opstaat en aanstalten maakt om af te rekenen.
Razend snel pakt ze haar spullen bij elkaar en duwt ze in zijn hand. De man krijgt amper kans zijn bankpas op te bergen. Zijn dochtertje pakt de zachte bezem die naast de kassa staat. In haar kleine handjes zwaait de lange steel gevaarlijk heen en weer als ze de losse plukken haar in de richting van een kastdeurtje veegt. Met een glazen snoeppot in de handen houdt de kapster met haar voet het deurtje open.
Als vader en dochter het pand verlaten steekt het juffertje de lolly die ze heeft verdiend naar mij op. Ze spreekt me nog één keer streng toe.‘Lopen met een lolly in je mond is gevaarlijk, die mag je thuis pas opeten.’
Een half uur later verlaat ik, zonder lolly, de kapsalon.
In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.
vrijdag, september 30, 2022
Lollypop
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Heb je niet geveegd, dan?
BeantwoordenVerwijderenHaha, een heerlijk verhaal, mooi geschreven.
BeantwoordenVerwijderenoh, wat ontzettend schattig
BeantwoordenVerwijderenWat leuk, zo'n doodgewone gebeurtenis, maar zo lief!
BeantwoordenVerwijderenHeerlijk gelezen!
BeantwoordenVerwijderenWat een leuk verhaal. Je ziet die kleine meid gewoon voor je.
BeantwoordenVerwijderenDat zijn leuke dingen, zie het tafereel zo voor me.
BeantwoordenVerwijderenBeeldend geschreven.
Prachtig en goed geschreven verhaal . Ik heb ervan genoten
BeantwoordenVerwijderenWat is er toch een hoop ongelijkheid in de wereld.!!!!!;-)
BeantwoordenVerwijderenEen heerlijk verhaal dat ik helemaal voor me zie, zó geweldig om in haar wereldje mee te mogen spelen.
Och wat schattig zeg! En goed opgevoed 👍
BeantwoordenVerwijderen😇😁
BeantwoordenVerwijderen