Als hij zichzelf weer onder controle heeft stopt Theo de brieven in de zak van zijn uniform, met de kaartjesscanner in zijn hand stapt hij op zijn doel af. ‘Goedemorgen uw plaatsbewijs graag.’ Een paar grijsblauwe ogen kijken hem vragend aan. ‘Dat is lang geleden dat ik ben gecontroleerd’. Aan de rechter hand waarmee de passagier zijn abonnement overhandigt glimt een gladde trouwring. Even weet Theo met die aanblik geen raad, met een trillende beweging richt hij de scanner op het document. In een flits overweegt hij de brieven in de zak te houden, maar een gladde ring hoeft niet altijd een huwelijk te betekenen. Voor hetzelfde geld is het een erfstuk. ‘Ik ben me bewust dat ik u overval, maar ik heb vier brieven voor u. Wilt u ze alstublieft lezen zodat u weet wat er speelt.’ Hij legt de blauwe enveloppen neer op het plankje voor het raam en zet, ogenschijnlijk rustig, zijn kaartcontrole voort. Af en toe kijkt hij opzij en ziet dat de man de brieven aandachtig zit lezen. Hoopvol op een goede afloop vervolgt Theo de kaartcontrole in de volgende coupé.
Op het perron in Leiden ziet hij dat de man gehaast de trap naar de stationshal afdaalt. Voor Theo zit er niets anders op dan de loop der dingen af te wachten. In de pauzeruimte in Den Haag belt hij Riet en doet verslag van de gebeurtenissen. ‘In eerste instantie leek het goed te gaan, de man zat echt serieus te lezen, maar hij had in Leiden zoveel haast om weg te komen dat ik er toch niet gerust op ben.’
‘Natuurlijk had die man haast, je denkt toch niet dat hij op jou als bemiddelaar zit te wachten. Toen hij aan zijn werkdag begon, wist ie van niks en na jouw kaartcontrole zit hij opgescheept met een verliefde medereiziger, wat denk je wat dat met een mens doet. Kom op Theo ik had gedacht dat je wijzer zou zijn. Blijf eind van de middag op de terugreis bij die twee mannen uit de buurt en doe alsof je neus bloedt. Als de briefschrijver in Haarlem uitstapt is het vroeg genoeg om contact met hem te maken. Wie weet reizen ze wel gezellig door naar Amsterdam.’
De rest van de dag doet Theo zijn werk op de automatische piloot.
Zijn gedachten blijven malen rond een zin die hij de verliefde schrijver zou kunnen zeggen als hij hem niet weet te ontlopen. ‘Je brieven zijn gelezen, verder moet je het maar afwachten.’ Of wel erg kil als beheerder van de brievenbus; ‘Je brieven zijn gelezen, ik bemoei me er niet meer mee.’
'Je brieven zijn gelezen, het is nu aan jou om actie te ondernemen.’ Dat lijken hem de beste woorden. Op de laatste rit van die dag zit de zin als een soort mantra in zijn hoofd. In Leiden speurt hij het perron af op zoek naar de man met de grijsblauwe ogen en het opvallende kapsel. Opgelucht, maar toch verbaasd merkt hij dat de passagier niet meereist. Op het rustige perron in Aerdenhout staat de verliefde briefschrijver op een punt dat hij alle wagons voorbij ziet komen. Blij met de strategische keuze weet Theo, die op het balkon van de voorste wagon staat, hem op het korte stukje naar Haarlem te ontlopen. Terwijl hij de dienst overdraagt aan zijn collega, ziet hij vanuit zijn ooghoek de dertiger met afgezakte schouders langzaam richting de stationshal lopen.
Zelf treuzelt hij nog wat en zet dan koers naar de uitgang. In zijn koffiecorner hangt Cees reikhalzend over zijn buffet. Zodra hij Theo ziet begint hij te roepen. ‘Theo, man ik heb de briefschrijver gezien, een vent met enorme krullen op zijn hoofd heeft vanmiddag een flinke envelop in de bus gestopt. Die man is niet te missen als hij morgen in een van je treinen zit.’ Onder het wakend oog van Cees opent Theo de bus. Hij vindt een grote witte envelop met het logo van Naturalis Leiden in de linker bovenhoek. Cees kraait van plezier. ‘Zo, die heeft het zwaar te pakken.’ Theo kan er niet om lachen, hij propt de envelop in zijn diensttas en na een korte groet voor de jolige Cees haast hij zich naar huis.
Riet zit aan de keukentafel in de Libelle te lezen. Zodra ze Theo bij het schuurtje ziet komt ze in beweging, in de open keukendeur wacht ze hem op. Aan de spanning op zijn gezicht leest ze af dat haar man nieuws heeft.
‘Kom gauw zitten, ik pak een koud biertje voor je en dan moet je vertellen hoe de terugreis is gegaan. Heb je gezien dat die twee contact hadden?’
Theo schudt zijn hoofd. ‘Nee, want een van de twee zat niet in de trein en ik weet waarom. Theo vist de envelop uit zijn tas. Cees heeft gezien dat de krullenbol dit in de bus heeft gestopt. Ik weet zonder te kijken wel wat de inhoud is, maak maar open.’ Riet neemt niet de moeite om een schilmesje te pakken. Met haar scherpe nagels scheurt ze de bovenkant van de envelop open en schudt vier blauwe enveloppen op de keukentafel. Er tussen ligt een vel wit papier dat met de hand is beschreven.
Ze leest voor: ‘Beste Conducteur, ik heb de brieven gelezen. Wat vindt uw werkgever eigenlijk van dit soort acties? Brengt u vaker reizigers in verlegenheid? U mag blij zijn dat ik geen klacht tegen u indien. Het lijkt me voor uw gemoedsrust en die van mijn bewonderaar beter dat ik eind van de middag niet in de trein zit. U heeft wel wat uit leggen want ik ben namelijk vorige week getrouwd met de leukste vrouw op aarde. U kijkt maar hoe u het oplost met mijn aanbidder, maar ik wil verder geen last van hem hebben.’
Met stomheid geslagen zit het echtpaar van Beurden aan hun keukentafel. Theo is de eerste die iets zegt. ‘Wat heeft ons in hemelsnaam bewogen die brievenbus op te hangen. In plaats van geluk te brengen is er waarschijnlijk iemand nog ongelukkiger dan hij al was. Straks springt die verliefde man uit wanhoop voor de trein en is dat onze schuld.’
Beste volgers, hebben jullie het even voor elkaar, het lukt me niet de treinromance in vier afleveringen tot een goed einde te brengen.
O wat een spanning. Je bent echt geweldig. Ik heb genoten van deze aflevering en zie tot mijn grote plezier dat er nog een aflevering komt.
BeantwoordenVerwijderenTja, en nu?
BeantwoordenVerwijderenGelukkig is het een verhaal en een mooi verhaal. En boeien tot de laatste letter En nog leerzam ook. Probeer niet te helpen waar het niet gevraagd wordt... Toch?
BeantwoordenVerwijderenOh maar we nemen je niets kwalijk hoor, het zijn jouw mondhoeken waar we aan hangen, en als je ons daar vanaf wilt hebben is dat aan jou. ;-) ;-)
BeantwoordenVerwijderenóf je laat het hierbij , ons verdrietig achterlatend omdat omdat de man's goede bedoelingen zó falikant verkeerd uitpakken...... zeg nou zelf, laat je het dáár op aan komen?
Ai, dat is helemaal mis gegaan. Nou ja, bij een goede afloop was het nu het einde van het verhaal geweest.
BeantwoordenVerwijderenEen ring is ook maar een ding.
BeantwoordenVerwijderenRiet zit te wachten op het grote nieuws, wat toch tegen valt. Hans
Blij dat het nog niet is afgelopen :-)
BeantwoordenVerwijderenjahaaa, blij mee! steeds benieuwder naar de afloop
BeantwoordenVerwijderenOei oei, snel verder lezen! 😉
BeantwoordenVerwijderen