Dof-Helder
etalage winkel Boom
Alkmaar
voor meer 'ouderwetse' middelen
klik hier
foto ferrara
klik voor vergroten op de foto
Dof-Helder
etalage winkel Boom
Alkmaar
voor meer 'ouderwetse' middelen
klik hier
foto ferrara
klik voor vergroten op de foto
Carl koos bewust voor Jaso omdat hij wist dat de jongen wat betreft de liefde niet op vrouwen viel. Dat zou een berg gezeur voorkomen. Carl herinnerde zich de trapezewerkers die vlak voor een voorstelling op de vuist gingen omdat ze elkaar niet vertrouwden met hun vrouwen. De act werd voor de avondvoorstelling afgelast. Na het gesprek dat erop volgde, nam één echtpaar ontslag en moest een deel van de crew worden vervangen. Aan die gevaren wilde hij zijn meisjes in geen geval blootstellen. Het liefst zag hij helemaal geen mannen in hun buurt en hij sprak ze dan ook niet tegen toen ze op hun zestiende jaar besloten voor de rest van hun leven een drie-eenheid te blijven.
Toen de drieling en Jaso achttien werden en ze de wetgeving van kinderarbeid achter zich konden laten waren ze zo bedreven dat Carl en Ursula het aandurfden hun drieling officieel onder naam de ‘Drei Schwestern’ op het programma te zetten. De meisjes kregen strakke glitterpakjes aangemeten in dezelfde kleuren als hun trainingspakjes. Voor Jaso was het namelijk van belang dat hij onderscheid kon maken tussen de zusjes. Helga in hemelsblauw, Heidi felgroen en Hanke was dol op okergeel. Zo wist Jaso tijdens zijn werk wie van de drie er aan zijn handen hing. Met beide benen op de grond wist hij het onderscheid wel te maken. Helga had een kleine moedervlek naast haar neus, Heidi had een subtiel wipneusje en Hanke was aan het litteken in haar rechter wenkbrauw goed te herkennen. Dat litteken zat Jaso nog altijd dwars want dat had Hanke opgelopen nadat Jaso tijdens een training had misgegrepen.
Gedurende veel jaren vierde het viertal grote triomfen op het wereldtoneel van het circus. Dat ze daarbij in sommige landen, waar het met de wetgeving niet zo nauw stak, zonder net werkten maakte hen extra beroemd. Altijd weer ging er een zucht van verlichting door het publiek als de trapezewerkers veilig langs het touw het zaagsel in de piste bereikten. Het mag een wonder heten dat ze hun carrière zonder al te veel kleerscheuren op hun 50e konden beëindigen. De jaren gingen tellen, spieren en gewrichten werden ondanks hun strenge leven toch strammer en toen Jaso aangaf dat hij zijn licht trillende handen niet meer vertrouwde werd er een punt achter hun gemeenschappelijke carrière gezet. Wel stelden ze de rest van hun bestaan in dienst van het circus. Ze moesten er niet aan denken in een gewoon huis te wonen en niet meer rond de te reizen. Maar aan alles komt een eind. Ook Circus Hagenbeck ontkwam niet aan recessie en strengere wetgeving waar het dierenwelzijn betrof. Tot verdriet van het viertal besloot de directie het circus op te heffen. De meeste dieren vonden een goed onderkomen in Tiergarten Hagenbeck in Hamburg. De drieling en Jaso kregen toestemming hun caravans op hetzelfde terrein te zetten en daar genoten ze tussen hun vertrouwde dieren van een verdiende oude dag. Toen ze 80 werden kwam Helga op het idee nog een keer flink te shinen en die behaalde mijlpaal hoog boven Hamburg te vieren. De twee zussen waren meteen enthousiast. Jaso, inmiddels flink aangetast door de ziekte van Parkinson, liet de stunt aan zich voorbijgaan.
De kraandrijver die zijn medewerking wel wilde verlenen, manoeuvreerde zijn bejaarde vrachtje voorzichtig in de stand dat ze het mooiste uitzicht over Hamburg hadden. De Hagenbeck-drieling at met smaak de lunch en genoot met volle teugen van de belangstelling die hun stunt opleverde.
Aan Jaso, die met knikkende knieën, niet alleen van de Parkinson, en met jeukende handen beneden achter zijn rollator ademloos stond toe te kijken, dachten ze even niet.
Alle berichten over klimaatverandering, bezuinigen en de dreigende armoede, brengen me terug naar mijn jeugd waarin we weinig tot geen luxe kenden.
Ik stam uit de tijd van de kolenkachel en dikke gordijnen voor het dunne glas.
In de koude wintermaanden stap ik ’s avonds in mijn bed dat door middel van een warme kruik al een beetje is opgewarmd. Om mijn schouders warm te houden gebruik ik een flanellen dekentje. Lichtblauw met witte stippen.
Om te voorkomen dat de randen gaan rafelen zijn de zijkanten met blauw garen omgehaakt. ’s Morgens als de ijsbloemen dik op de ramen staan en mijn warme adem een wolkje vormt, biedt het dekentje tot voor de wasbak in de badkamer mij nog enige warmte. Het elektrisch straalkacheltje aan het plafond doet er lang over de badkamer een beetje op temperatuur te brengen.
Snel was ik me en sla het dekentje weer om als ik terugloop naar mijn bed waarvan ik het beddengoed keurig heb opengeslagen om te luchten.
Als ik me heb aangekleed vouw ik mijn pyjama samen met het dekentje onder het hoofdkussen zodat ik zeker weet dat ik dit warmhoudertje vanavond niet hoef te zoeken. Daarna trek ik het onderlaken glad en vouw het bovenlaken samen met de dikke wollen deken terug. De afgekoelde kruik neem ik mee naar beneden waar mijn moeder, naast een opgeporde kolenkachel die de kamer aangenaam verwarmt, wacht met het ontbijt.
Kijk ons lopen, gespot door de fotograaf van de plaatselijke krant.
Mijn moeder lacht schaapachtig, want echt blij is ze niet dat we op deze manier worden geportretteerd. Het Drentse dorp raakt toch al niet over ons uitgepraat en dat zal met deze foto niet beter worden. Mijn vader is hoogleraar scheikunde en docent aan de universiteit in Groningen
We wonen in een groot huis waarin hij een aparte studeerkamer heeft die vol met boeken staat. Daarnaast heeft hij in de boomgaard een schuurtje wat hij zijn laboratorium noemt en waar hij allerlei proefjes doet.
In ons dorp vinden ze dat allemaal maar gek. Als je niet gewoon boert, kruideniert of meubels maakt ben je hier al gauw een buitenbeentje.
De dorpsgenoten noemen mijn vader Professor Alweet, omdat hij de gewoonte heeft iedereen te vertellen dat een handeling anders of beter kan. Eeuwig gekleed in zijn corduroy broek, geblokt jasje en op zijn neus een uilenbril, is hij in staat bij de supermarkt de klant voor hem te onderwijzen wat de beste manier is om de boodschappen op de band te leggen. Dat mijn moeder het huishouden doet zonder een schort te dragen en ook door de week een hoed draagt als ze de straat op gaat, vinden ze hier ‘kouwe kak’.
Sinds een paar dagen hebben mijn ouders een probleem met mij.
Mijn moeder heeft vader dringend gevraagd mij geen Goocheldoos Super Magic te geven voor mijn verjaardag. Ze herinnert hem nog eens aan het feit dat ik een ontploffing in het scheikundelokaal van het Anne de Vriescollege veroorzaakte en dat er door mijn toedoen nogal wat schade is ontstaan. Gelukkig bleek de school goed verzekerd en bleef de financiële schade voor mijn ouders binnen de perken. Mijn moeder vreest dat ik met die Magic Doos tot nog gevaarlijker experimenten zal komen. ‘Voor je het weet waant hij zich Harry Potter en zitten we met een vuurspuwende draak in de achtertuin.’
Maar zelfs die zin brengt mijn vader niet op andere gedachten. Hij denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen en dus krijg ik die doos cadeau met de gevreesde gevolgen: Na een geslaagde transformatie tot schaap zitten mijn ouders opgezadeld met een donderwolk op vier pootjes. Het wil mij maar niet lukken de juiste spreuk te vinden om weer mens te worden.
Bang voor de dorpsroddel doet mijn moeder alsof er niets aan de hand is.
Zij behandelt me als hond. Aan de fotograaf legt ze uit dat ik een doorgefokte schapendoes ben en dat er meer schaap dan does in me zit. Ze vertelt dat ik een cadeautje ben voor mijn jongste zusje dat mij aan de ketting heeft.
Het arme schaap laat het maar over zich komen en speelt het spelletje mee. Je doet wat voor het oog van je dorpsgenoten. Mijn moeder maakt het verhaal nog geloofwaardiger door te zeggen dat we op weg zijn naar de dierenarts om mij te laten inenten tegen hondsdolheid. Mekkerend probeer ik uit te leggen dat er sprake is van een misverstand, maar voor de omstanders is het abracadabra wat ik uitkraam. In werkelijkheid zijn we op weg naar de apotheek met een recept voor een ingrediënt dat mijn vader nodig heeft voor een noodzakelijk drankje om mij, samen met de juiste spreuk, terug te transformeren. Het lijkt de enige truc uit de Goocheldoos Super Magic te zijn die mogelijk kan werken. Op zoek naar de goede toverspreuk zit hij al dagen wanhopig in zijn studeerkamer met alle delen van Harry Potter op zijn bureau.
Ik vrees dat het niet gaat
lukken want ik kan niet duidelijk maken dat ik eigenlijk een wolf
ben.
Goed beschouwd is dit verhaal te modern voor de gedateerde foto die we tijdens een schrijfcursus kregen aangereikt. In die tijd waren er geen supermarkten en bestond Harry Potter nog niet.