Onthuld-Verhuld
Alkmaar
achter deze deels onthullende gevelsteen
zit een hofje voor keurige dames verstopt.
kijk hier
klik aan voor vergroten
In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.
dinsdag, november 29, 2022
Tegenstelling
vrijdag, november 25, 2022
De brievenbus 5 (slot)
De gedachte dat de verliefde briefschrijver tot een wanhoopsdaad zal komen beneemt Theo de eetlust. Hij prikt wat in zijn aardappelen en kauwt moeizaam op het stukje vlees dat hem normaal gesproken goed smaakt.
Riet ziet het met lede ogen aan. Het is niets voor Theo om niet van haar kookkunsten te genieten.
‘Je moet morgenochtend vroeger naar je werk gaan, probeer hem op het perron in Haarlem op te vangen, zet hem in een rustige coupé eerste klas en vertel tussen Haarlem en Aerdenhout de waarheid. Meer kun je niet doen. Verder moet hij zelf met de situatie in het reine zien te komen. Hopelijk is die krullenbol zo verstandig morgen niet met dezelfde trein te reizen.’
‘Je zegt het of het de gewoonste zaak van de wereld is. Het is me nogal een boodschap, die knul is tot over zijn oren verliefd. Uit zijn brieven blijkt dat hij het niet makkelijk heeft gehad en nu moet ik hem morgen teleurstellen.
Riet, ik ga vanavond na sluitingstijd van de koffiecorner die brievenbus weghalen, ik wil geen klacht aan mijn broek, laat staan nog meer verdriet veroorzaken.’
In het schuurtje scharrelt Theo een tube vulmiddel, een plamuurmes en verfspullen bij elkaar. Hij vindt een blikje witte verf waarvan de inhoud niet is opgedroogd. In zijn gereedschapskist zoekt hij een flinke schroevendraaier om de brievenbus los te schroeven. Als hij het materiaal in zijn fietstas gooit duikt Riet op. ‘Ik ga mee, je hebt gemerkt hoe lastig het ophangen ging. Laten we maar langzaam fietsen, want als Cees nog rondhangt is het gezanik niet van de lucht. Morgenochtend is het vroeg genoeg dat hij ontdekt dat de bus er niet meer hangt. We laten het muurtje puntgaaf achter zodat hij daarover niet kan mekkeren.’
In de stationshal is het rustig. Terwijl Riet de brievenbus in bedwang houdt schroeft Theo de schroeven uit de wand. Met het plamuurmes strijkt hij het vulmiddel over de vier gaten. Riet vult alvast het verfbakje. Ze zijn zo geconcentreerd bezig dat ze de jongeman waar het allemaal mee begon niet opmerken. ‘U heeft de brievenbus weggehaald, waar moet ik mijn brief laten?’ Riet schiet uit met het verfblik en morst een scheut op de granieten vloer.
Geschrokken draait Theo zich om, in zijn snelle beweging raakt hij de brievenbus die met een klap naast de verfvlek valt. Een enkele reiziger kijkt even om, maar loopt dan door.
‘Ik heb u vanmiddag gemist in de trein en de man met de krullen zat ook niet op zijn plek. Heeft u hem wel mijn brieven gegeven? Ik dacht ik schrijf hem dat ik ongerust ben en nu heeft u de brievenbus weggehaald.'
De onrust in zijn ogen treft Riet recht in haar hart. Ze legt het verfbakje met het rollertje naast de brievenbus en steekt haar hand uit. ‘Dag, ik ben Riet van Beurden de vrouw van deze conducteur hier, hij heet Theo.
Wij samen zijn verantwoordelijk voor het ophangen van die brievenbus en voelen ons schuldig aan de situatie waarin u verzeild bent geraakt. Wij hebben u wat uit te leggen.’
De hand die hij Riet toesteekt voelt koud en klam aan. ‘Paul Meijer, ik begrijp er niets van.'
Theo doet een stap naar voren. Hij is Riet dankbaar dat ze hem deze moeilijke klus niet alleen laat opknappen. ‘Als we hier klaar zijn zullen we dan aan de overkant in "Het Wachtlokaal" iets drinken dat praat rustiger dan hier in de stationshal.’
‘Theo, je kunt van Paul niet verlangen dat hij hier gaat staan wachten. Gaan jullie maar vast. Gooi de bus in je fietstas dan ik verf het muurtje, zo groot is het oppervlak niet. De schoonmaakdienst moet zich morgen maar over de verfvlek op de vloer buigen.’
Terwijl Riet aan het karweitje begint, lopen Theo en Paul naar de overkant van het plein. In "Het Wachtlokaal" is het niet druk, maar toch zoekt Theo een rustig plaatsje achterin. Hij bestelt voor zichzelf een fluitje, Paul neemt een glas rode wijn. Tot dan toe heeft Paul geen woord meer gezegd. Zijn ogen schieten schichtig heen en weer alsof hij de situatie maar half vertrouwt.
Ook Theo voelt zich niet op zijn gemak, hij hoopt dat Riet er niet te lang over doet. De barkeeper brengt de bestelling, zodra hij buiten gehoorsafstand is steekt Theo van wal met het relaas dat hem zwaar op de maag ligt. Hij vertelt Paul dat zijn brieven aandachtig zijn gelezen, maar dat de man in kwestie zich in Leiden snel uit de voeten maakte. Paul reageert eindelijk. 'Hij werkt dus in Leiden, dan weet ik al ietsje meer over hem.'
'Waarschijnlijk werkt hij bij Naturalis. Dat je hem vanmiddag niet zag op de terugreis komt omdat hij eerder naar huis is gegaan. In Haarlem is je idool uitgestapt om een envelop met jouw brieven in de bus te stoppen. Op die envelop staat het logo van Naturalis. De brieven liggen bij ons thuis. Er zat ook een bericht voor jou en mij bij.'
Paul veert op. Verwachtingsvol kijkt hij Theo aan die zich steeds ongemakkelijker begint te voelen. Waar blijft Riet? Om tijd te rekken staat hij op om nog een biertje te halen. Hij wacht tot de barkeeper het glas heeft vol getapt. Gelukkig verschijnt Riet in de deuropening. Ze bestelt een glas rode wijn. Razend snel legt Theo uit hoe ver hij is met zijn biecht. Riet zucht. 'Arme man, hij zit daar dus nog steeds hoopvol te zijn, daar moeten we een eind aan maken.'
Aan het tafeltje achterin de zaak draait Paul zijn halfvolle glas ongeduldig over het houten tafelblad. 'Er is dus een brief voor mij, wanneer krijg ik die, kan ik hem bij jullie ophalen?'
'Nou een brief is het niet, het is een beschreven velletje met een boodschap voor jou en mij.' legt Theo uit. Riet maakt een eind aan het getreuzel.
'Paul, de man waar jij verliefd op bent geworden valt niet op mannen. Hij schrijft dat hij vorige week met de leukste vrouw van de wereld is getrouwd. Dat is de reden dat je hem een paar dagen hebt gemist. Hij voelt zich ongemakkelijk en zegt letterlijk dat Theo het probleem met jou moet oplossen en dat hij er verder geen last van wil hebben. Hij schrijft zelfs dat Theo blij mag zijn dat hij geen klacht tegen hem indient. Hij vindt dat Theo met zijn brievenbus de reizigers in verlegenheid brengt. Daarom hebben we de bus vanavond weggehaald.'
Over de bleke wangen van Paul Meijer biggelen langzaam grote tranen.
Riet pakt zijn hand. 'Geluk heeft het jou ook niet gebracht en dat spijt ons oprecht. We willen je graag helpen.'
Paul slikt en schudt zijn hoofd. 'Jullie hebben al genoeg geholpen. Ik was zo ongelukkig tot ik de man met de krullen ontdekte, zonder het te weten liet hij me merken dat ik homofiel ben. Door hem heb ik de moed gehad uit de kast te komen en ik kan jullie verzekeren daarin ga ik nooit terug. Toen ik die brievenbus ontdekte lag de weg open om contact te leggen, want door mijn spraakgebrek durfde ik hem niet aan te spreken. Met mijn verliefde hoofd heb ik niet eens overwogen dat hij mogelijk niet uit hetzelfde hout gesneden zou zijn. Hoe dom kun je zijn? Ik vind het jammer dat mijn eerste verliefdheid zo loopt, maar ik zal er heus overheen komen. Ik heb wel eens gedacht dat ik beter voor de trein kon springen, maar sinds ik uit de kast ben gekomen ben ik zo wanhopig niet meer.'
Met zijn mouw veegt Paul zijn wangen droog en leegt in één teug zijn glas.
'Ik zou wel graag dat briefje lezen en ik wil mijn brieven terug.'
Opgelucht door de flinkheid die Paul aan de dag legt bieden ze hem nog een glas wijn aan. Gedrieën drinken ze op zijn gezondheid. Hij fietst mee naar het huis van Theo en Riet om de brieven op te halen. In hun keuken leest hij wat de krullenbol heeft geschreven. 'Het valt me tegen, zijn toon had best wat aardiger gekund en een klacht indienen had ik niet achter hem gezocht.'
Paul zucht. 'Misschien wel goed dat het zo is gelopen. Hoe dan ook, dank jullie wel, ik ben er hopelijk sterker van geworden. Mag ik nog eens langs komen?'
'Je bent altijd welkom, Theo zie je in elk geval in de trein, dus dat is makkelijk afspreken.'
'Morgen zal hij mij niet zien, ik neem een vrije dag om bij te komen van alle emotie. Ik heb een boekwinkel in Aerdenhout, mijn team redt zich daar wel.'
Als Paul weg fietst slaat Riet een arm om Theo's schouders.
'Is het je opgevallen dat hij niet één keer heeft gestotterd?'
dinsdag, november 22, 2022
zondag, november 20, 2022
donderdag, november 17, 2022
De brievenbus 4
Als hij zichzelf weer onder controle heeft stopt Theo de brieven in de zak van zijn uniform, met de kaartjesscanner in zijn hand stapt hij op zijn doel af. ‘Goedemorgen uw plaatsbewijs graag.’ Een paar grijsblauwe ogen kijken hem vragend aan. ‘Dat is lang geleden dat ik ben gecontroleerd’. Aan de rechter hand waarmee de passagier zijn abonnement overhandigt glimt een gladde trouwring. Even weet Theo met die aanblik geen raad, met een trillende beweging richt hij de scanner op het document. In een flits overweegt hij de brieven in de zak te houden, maar een gladde ring hoeft niet altijd een huwelijk te betekenen. Voor hetzelfde geld is het een erfstuk. ‘Ik ben me bewust dat ik u overval, maar ik heb vier brieven voor u. Wilt u ze alstublieft lezen zodat u weet wat er speelt.’ Hij legt de blauwe enveloppen neer op het plankje voor het raam en zet, ogenschijnlijk rustig, zijn kaartcontrole voort. Af en toe kijkt hij opzij en ziet dat de man de brieven aandachtig zit lezen. Hoopvol op een goede afloop vervolgt Theo de kaartcontrole in de volgende coupé.
Op het perron in Leiden ziet hij dat de man gehaast de trap naar de stationshal afdaalt. Voor Theo zit er niets anders op dan de loop der dingen af te wachten. In de pauzeruimte in Den Haag belt hij Riet en doet verslag van de gebeurtenissen. ‘In eerste instantie leek het goed te gaan, de man zat echt serieus te lezen, maar hij had in Leiden zoveel haast om weg te komen dat ik er toch niet gerust op ben.’
‘Natuurlijk had die man haast, je denkt toch niet dat hij op jou als bemiddelaar zit te wachten. Toen hij aan zijn werkdag begon, wist ie van niks en na jouw kaartcontrole zit hij opgescheept met een verliefde medereiziger, wat denk je wat dat met een mens doet. Kom op Theo ik had gedacht dat je wijzer zou zijn. Blijf eind van de middag op de terugreis bij die twee mannen uit de buurt en doe alsof je neus bloedt. Als de briefschrijver in Haarlem uitstapt is het vroeg genoeg om contact met hem te maken. Wie weet reizen ze wel gezellig door naar Amsterdam.’
De rest van de dag doet Theo zijn werk op de automatische piloot.
Zijn gedachten blijven malen rond een zin die hij de verliefde schrijver zou kunnen zeggen als hij hem niet weet te ontlopen. ‘Je brieven zijn gelezen, verder moet je het maar afwachten.’ Of wel erg kil als beheerder van de brievenbus; ‘Je brieven zijn gelezen, ik bemoei me er niet meer mee.’
'Je brieven zijn gelezen, het is nu aan jou om actie te ondernemen.’ Dat lijken hem de beste woorden. Op de laatste rit van die dag zit de zin als een soort mantra in zijn hoofd. In Leiden speurt hij het perron af op zoek naar de man met de grijsblauwe ogen en het opvallende kapsel. Opgelucht, maar toch verbaasd merkt hij dat de passagier niet meereist. Op het rustige perron in Aerdenhout staat de verliefde briefschrijver op een punt dat hij alle wagons voorbij ziet komen. Blij met de strategische keuze weet Theo, die op het balkon van de voorste wagon staat, hem op het korte stukje naar Haarlem te ontlopen. Terwijl hij de dienst overdraagt aan zijn collega, ziet hij vanuit zijn ooghoek de dertiger met afgezakte schouders langzaam richting de stationshal lopen.
Zelf treuzelt hij nog wat en zet dan koers naar de uitgang. In zijn koffiecorner hangt Cees reikhalzend over zijn buffet. Zodra hij Theo ziet begint hij te roepen. ‘Theo, man ik heb de briefschrijver gezien, een vent met enorme krullen op zijn hoofd heeft vanmiddag een flinke envelop in de bus gestopt. Die man is niet te missen als hij morgen in een van je treinen zit.’ Onder het wakend oog van Cees opent Theo de bus. Hij vindt een grote witte envelop met het logo van Naturalis Leiden in de linker bovenhoek. Cees kraait van plezier. ‘Zo, die heeft het zwaar te pakken.’ Theo kan er niet om lachen, hij propt de envelop in zijn diensttas en na een korte groet voor de jolige Cees haast hij zich naar huis.
Riet zit aan de keukentafel in de Libelle te lezen. Zodra ze Theo bij het schuurtje ziet komt ze in beweging, in de open keukendeur wacht ze hem op. Aan de spanning op zijn gezicht leest ze af dat haar man nieuws heeft.
‘Kom gauw zitten, ik pak een koud biertje voor je en dan moet je vertellen hoe de terugreis is gegaan. Heb je gezien dat die twee contact hadden?’
Theo schudt zijn hoofd. ‘Nee, want een van de twee zat niet in de trein en ik weet waarom. Theo vist de envelop uit zijn tas. Cees heeft gezien dat de krullenbol dit in de bus heeft gestopt. Ik weet zonder te kijken wel wat de inhoud is, maak maar open.’ Riet neemt niet de moeite om een schilmesje te pakken. Met haar scherpe nagels scheurt ze de bovenkant van de envelop open en schudt vier blauwe enveloppen op de keukentafel. Er tussen ligt een vel wit papier dat met de hand is beschreven.
Ze leest voor: ‘Beste Conducteur, ik heb de brieven gelezen. Wat vindt uw werkgever eigenlijk van dit soort acties? Brengt u vaker reizigers in verlegenheid? U mag blij zijn dat ik geen klacht tegen u indien. Het lijkt me voor uw gemoedsrust en die van mijn bewonderaar beter dat ik eind van de middag niet in de trein zit. U heeft wel wat uit leggen want ik ben namelijk vorige week getrouwd met de leukste vrouw op aarde. U kijkt maar hoe u het oplost met mijn aanbidder, maar ik wil verder geen last van hem hebben.’
Met stomheid geslagen zit het echtpaar van Beurden aan hun keukentafel. Theo is de eerste die iets zegt. ‘Wat heeft ons in hemelsnaam bewogen die brievenbus op te hangen. In plaats van geluk te brengen is er waarschijnlijk iemand nog ongelukkiger dan hij al was. Straks springt die verliefde man uit wanhoop voor de trein en is dat onze schuld.’
Beste volgers, hebben jullie het even voor elkaar, het lukt me niet de treinromance in vier afleveringen tot een goed einde te brengen.
dinsdag, november 15, 2022
Tegenstelling
donderdag, november 10, 2022
De brievenbus 3
Nieuwsgierig geworden kijkt Theo die week elke dag na zijn dienst in de brievenbus. Alleen als hij dienst heeft op de late treinen hangt Cees niet over zijn toonbank mee te kijken want dan is zijn koffiehoek gesloten.
Zodoende heeft Cees geen weet van de drie brieven die Theo die week vindt. Overdag als Theo alleen snoeppapiertjes en broodzakjes oogst kan Cees het niet laten flauwe opmerkingen te maken. ‘Het loopt niet storm met de verliefden, maar als er ooit een bruiloft komt krijg ik dan een uitnodiging, die bus hangt tenslotte wel aan mijn muurtje.’ Theo neemt de opmerkingen voor lief en laat Cees in de waan dat het bij die ene envelop is gebleven.
De inhoud van de laatste brief baart hem zorgen. ‘Grote onbekende, ik mis je al twee dagen, ben je ziek of heb je ander werk gevonden? Heel egoïstisch hoop ik dat je een griepje hebt opgelopen. Ik zou maar wat graag voor je zorgen. Een glaasje vers geperste sinaasappel maken of een kopje warme thee. Als je ander werk hebt gevonden ben ik je kwijt en zal je van deze brieven nooit iets weten. Ik kan je niet vertellen dat jij ervoor hebt gezorgd dat ik na een donkere periode het leven weer aandurf. Jou elke dag zien geeft mijn dag kleur. Dankzij jouw verschijning weet ik wat ik met mijn leven wil.
Ik hoop vurig dat je volgende week weer op je plek zit.’
Gezien de geur die aan alle enveloppen hangt bestaat er voor Riet geen enkele twijfel dat de brievenschrijver een man is. Terwijl ze op de bank tegen Theo aanleunt mijmert ze over de verliefde treinreiziger. ’Misschien is hij gescheiden of weduwnaar en durft hij eindelijk weer naar een vrouw om te kijken. Het zou verdrietig zijn als hij terugvalt in zijn zwarte gat. Ik hoop zo dat de vrouw met de mooie krullen volgende week weer in de trein zit.’
‘Hoe weet je zo zeker dat het om een vrouw gaat, wie weet heeft die donkere periode wel een heel andere betekenis.’ Enigszins geïrriteerd over het feit dat Theo haar romantische ideeën een andere wending geeft haalt Riet haar schouders op. ‘Ja dat kan, hoe dan ook, je moet in elk geval de brieven meenemen als je op het traject naar Den Haag zit. Snuffel er thuis flink aan, zodra je bij de kaartcontrole dat geurtje ruikt heb je in elk geval de briefschrijver te pakken.’
‘Ik hoef niet uitgebreid te ruiken. Tot Aerdenhout doe ik nooit controles, daarbij stappen op dat station weinig mensen uit. Als ik op het perron dat geurtje in mijn neus krijg is het vroeg genoeg.’
Als Theo de maandagmorgen van de nieuwe week zijn dienst begint, zitten de brieven in zijn diensttas. Voor het korte stukje naar Aerdenhout bergt hij de tas niet op in de dienstkast. Hij blijft op het balkon staan zodat hij als eerste op het perron kan zijn. Hij hoopt dat hij goed gokt, twee uitgangen tegelijk bedienen gaat nou eenmaal niet. Op station Aerdenhout stappen twee oudere vrouwen en een man van een jaar of dertig uit. Theo loopt naast de man naar de volgende deur van de trein. Een vleugje aftershave dringt zijn neus binnen. Zijn hart slaat een tikje over.
‘Kan het zijn dat ik brieven van u in mijn tas heb? Ik moet snel zijn, de machinist wacht op het vertreksein, waar zit uw krullenbol in de trein?’
De dertiger schrikt en bloost tot diep in de kraag van zijn witte overhemd.
‘Hij zit rechts ooonder het mmmededelingenscherm naast het raam.’
Theo blaast op zijn fluit en springt de trein in. Op het perron staat de verliefde reiziger van zijn verbazing bij komen, de dieprode kleur op zijn wangen trekt langzaam weg. Zijn brieven zijn gevonden en zullen de man bereiken waar hij al een tijd in stilte verliefd op is. Met grote ogen kijkt hij de vertrekkende trein na, hij ziet nog net dat Theo met een grijns zijn duim opsteekt. Op het balkon komt de postiljon d’amour van zijn eigen verbazing bij. Heeft hij toch gelijk. Zal het hem lukken een stel mannen bij elkaar te brengen? In gedachten ziet hij Riet haar verraste blik al voor zich.






