Paulientje, ons zesjarige overbuurvrouwtje, staat op de stoep.
Druk pratend met haar vriendje heeft ze al twee keer driftig
op de bel gedrukt.
Maar de buurvrouw op leeftijd, in de ogen van Paulientje een
Oma, zit in haar schrijfkamertje boven het portiek en komt niet meer in galop
de trap af.
Als ik opendoe houdt ze een bosje sleutels omhoog.
‘Is dit misschien van jullie, het lag onder mamma’s auto.
Kijk, ik denk dat deze van een oud schuurtje is, ze wijst op een door roest
aangetaste sleutel, dat kleintje van een postbus en die grote van de voordeur.’
Er komt heel wat kennis uit haar kleine mondje. Mogelijk
praat ze haar moeder na, die waarschijnlijk de grenzen van het operatiegebied
heeft aangegeven en vanaf een afstandje de gang van dochterlief in de gaten
houdt.
'Nee', zeg ik. 'Wij missen geen sleutels, maar lief dat je het komt vragen.'
'Nee', zeg ik. 'Wij missen geen sleutels, maar lief dat je het komt vragen.'
‘Nou dan ga ik bij de andere buren aanbellen.’
Parmantig zet het speurneusje, met vriendje in haar kielzog,
het buurtonderzoek voort.
Ik vrees dat Paulientje niet slaagt in haar missie de
sleutels op het juiste adres af te leveren.
Vanwege een klein winkelcentrum om de hoek, wordt in onze
straat dagelijks kort geparkeerd door niet buurtbewoners.
Voordat de overburen de sleutels naar het politiebureau
hebben gebracht, heeft iemand in de regio vast al het slot van het oude schuurtje
en de voordeur laten vervangen.
Maar voor dat kleintje is het toch een leerzaam gebeuren.
BeantwoordenVerwijderenErg leuk stukje, Ferrara.