In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

donderdag, februari 03, 2022

Ik vertrek 10

De volgende morgen is de zee weer net zo rustig als voor de storm. Het strand biedt een andere aanblik, er is meer troep aangespoeld dan we de afgelopen weken hebben gezien. We eten wat dadels en drinken het regenwater dat nog een beetje uit de struiken drupt. Na vandaag zal dat niet meer lukken. De zon zet het verdampingsproces met kracht in gang. Uit angst mijn schrijfspullen voorgoed kwijt te zijn doe ik het voorstel eerst een ander pad naar de grot te zoeken. Henk begrijpt het, maar wil zo snel mogelijk nieuwe noodkreten in het zand leggen. ‘Als de zon te hoog staat om op het strand te zijn ga ik inkt, pen en het boek waarin je bezig bent ophalen. In mijn eentje klauter ik sneller.’

Tevreden met de geboden oplossing beginnen we aan een zoektocht naar bruikbaar materiaal. Al snel ervaren we het gemis van het krat om een en ander in te verzamelen. Lege plastic flessen waarvan sommige fel gekleurd en verroeste blikken vullen we met zand ter verzwaring. Afgewisseld met stenen en schelpen leggen we een proefletter. De kleuren van de flessen doen de letter beter uitkomen tegen de zandige achtergrond. Als we de noodkreten van kleur willen voorzien moeten we met deze voorwerpen zuinig omspringen. Een ding is duidelijk, het gaat dagen duren voor we het eiland rond zijn. Alles wat we op dit stuk strand vinden en in onze armen kunnen houden verzamelen we op de plek waar de proefletter ligt. Ik ben de koning te rijk als ik grote stukken oranje rubber vind, dat is nog eens een opvallend kleurtje. Enthousiast zwaai ik er mee naar Henk die meters verderop gerafeld touw bij elkaar raapt.
Even verstrakt zijn houding, dan laat hij zijn buit vallen en komt naar me toe. Hij ziet bleek. ‘Dit zijn waarschijnlijk stukken van een reddingsvlot, wie weet heeft Davy er op gelegen, hij ligt niet ver hier vandaan begraven.’ Ik zie dat het hem aangrijpt en stel voor te pauzeren en samen het graf van Davy te bezoeken. Ik ben amper uitgepraat of Henk is al op weg. Mijn vermoeden dat Henk voor de kok gevoelens heeft ontwikkeld worden steeds sterker. Met opzet vertraag ik mijn tempo zodat hij even alleen kan zijn. Vanaf een afstandje zie ik dat hij tranen uit zijn ogen veegt. Ik heb met hem te doen, hij kan er maar beter over praten. Als ik naast hem sta vraag ik recht op de man af. ‘Hadden jullie samen iets?’ 
‘Is het zo duidelijk? Dat hadden we wel gewild, maar aan boord was het onmogelijk. De kapitein zou dat niet getolereerd hebben. Het is al tijdens onze zeeziekte ontstaan. Je hebt zelf ervaren hoe zorgzaam Davy was. We werden tot over ons oren verliefd en spraken af om werk van elkaar te maken zodra de expeditie was afgelopen. Ik kan je zeggen dat het loodzwaar was bij hem uit de buurt te blijven, maar ik wilde hem geen problemen bezorgen. ’s Avonds in mijn kooi fantaseerde ik dat Davy mee naar Holland kwam en dat we samen op Texel een bestaan zouden opbouwen. Ik heb hem dat nooit kunnen vertellen. Ik had me al verzoend met de gedachte dat hij een mooie herinnering aan deze reis was geworden. Kun je je voorstellen wat er gisteren door me heen ging toen ik hem vond. Huilend heb ik hem van zijn kleren ontdaan en heb hem daarna begraven. Ik nam me voor je voorlopig niets over onze verliefdheid te vertellen. Het was voorbij voordat het goed en wel was begonnen. Ik merk nu hoe prettig of het is om er wel over te praten. Ik ben blij dat je het weet.’  Ik sla een arm om zijn middel. ‘Praat over Davy zoveel je wilt.’ Henk zucht. ‘Dank je wel. Kom we gaan kokosnoten zoeken, het wordt tijd dat we iets drinken. Daarna gaan we aan de slag met de restanten van het reddingsvlot.’ 

We werken stug door en stoppen pas als het eerste S.O.S-bericht weer in het zand ligt. De oranje kleur zal vanuit de lucht goed opvallen. In een restant van een visnet verzamelen we zoveel mogelijk materiaal om morgen mee te nemen naar een andere plek om nog een bericht te maken. Als we weer vis kunnen vangen kan het dienst doen tussen de rotsen om de vangst een paar dagen vers te houden. 

Henk houdt zich aan zijn belofte en gaat terug naar de grot. De survival kit hangt als vanouds aan zijn schouder, dit keer heeft hij het visnet eraan vastgeknoopt, want hij is van plan ook de container met water mee terug te nemen. Ik denk op een schaduwrijke plek een kluwen touw te ontrafelen, maar word opgeschrikt door Henk zijn stem. ‘Wakker worden schone slaapster, hoog tijd om je dagboek bij te werken.’

10 opmerkingen:

  1. Weer een opmerkelijk stuk verder...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dit moet gewoon een boek worden, waar haal je het toch vandaan allemaal?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. mooi hoe je de personages steeds wat verder uitdiept

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Arme Henk. Je houdt de spanning er wel in zeg.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. En wéér verras je ons met dit vervolg op het verhaal.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Ha ferrara,

    wat ontroerend...
    En die arm om zijn middel: goede troost.

    Laat ze nog maar een tijdje survivelen daar.
    Kan het nog niet missen...

    Prettig weekend, Marlou

    BeantwoordenVerwijderen
  7. En weer een verrassing. Wat ben je ongelooflijk goed geworden in vervolgverhalen. Maak je hier een boek van? Doen hoor, ik ben de eerste die het koopt. Gesigneerd graag ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Wat vreselijk voor Henk, maar goed dat hij het heeft verteld !

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Wat een prachtig verhaal zeg... Die Henk, fijn dat hij over zijn verloren liefde kan praten met Frida. En wat zijn ze mooi eensgezind met hun redding bezig. Ik denk zo maar dat ze vrienden voor het leven zullen worden! 🦋

    BeantwoordenVerwijderen