Verbijsterd hoor ik de vrolijke toon van de man die, ondanks
de brief op de deur, de ziekenkamer binnenkomt.
Hij posteert zich aan het voeteneind en neemt de patiënt in
bed monsterend op.
Deze reageert totaal niet op de bezoeker en de gestelde
vraag. Voor mij is dat een teken dat mijn, altijd zo vriendelijke zwager, geen
boodschap heeft aan deze man.
‘Wie bent u?’ vraag ik. De kleding van de vrolijkerd lijkt
in niets op een ziekenhuisuniform dus vanuit die hoek kan de overdreven
belangstelling niet komen.
‘Ik noem mezelf altijd het bloemetje van de week, ik ben
vrijwilliger en verzorg de plantjes en bloemen van de patiënten en kom ook hier
elke dag even kijken hoe meneer het maakt.’
‘En ondertussen bevredig ik mijn nieuwsgierigheid’, denk ik
kwaadaardig.
Ik zeg de man dat de familie deze zaken zelf verzorgt tijdens
de waakuren die zij doorbrengt in deze kamer en dat de patiënt met rust wil
worden gelaten. Het bericht op de deur is niet voor niets aangebracht. “Alleen
familie, bezoek in overleg.”
‘Oh, maar ik doe het graag hoor.’
‘Dat begrijp ik, maar we doen het zelf,’ hou ik vol.
Mijn doodzieke zwager ligt op dergelijke vrijwilligers niet
te wachten.
Het bloemetje van de week kan niet nalaten hem over zijn
bovenarm te strijken voor hij de kamer verlaat.
Ik zie het helemaal voor me. Weg met die kerel.
BeantwoordenVerwijderenOef, dus ook dat komt voor. Te overijverige vrijwilligers. :-(
BeantwoordenVerwijderenjakkiebakkie wat een akelig vrijpostig persoon
BeantwoordenVerwijderenO vreselijk en wat heb je dat knap beschreven. Al mijn haren gaan erbij overeind staan.
BeantwoordenVerwijderenSterkte met je zwager.
Of is het niet nu aan de orde en alleen een schrijfveer?
Het is niet meer aan de orde, enkele jaren geleden waar gebeurd. Kwam n.a.v. de schrijfveer weer boven.
Verwijderen