De geest van Maarten Koning hangt rond in de glazen gang
tussen het kantoorgebouw en het archief van het Meertensinstituut. Op een
tafeltje liggen twee fotoalbums met zwart-witfoto’s uit de tijd dat Maarten
Koning en de medewerkers van zijn afdeling bezig waren met het zogenaamde
veldwerk. De geest heeft, op deze open dag, al menig groep voorbij zien komen
en veel mensen blijven staan om de fotoalbums te bekijken. Het troost hem dat
de aanblik van de foto’s bij veel oudere bezoekers nostalgische gevoelens
opwekt en hij hoort citaten uit de boeken die over het instituut zijn
geschreven. De jonge rondleider besteedt aan die opmerkingen niet veel
aandacht. Hij zucht nog net niet. Hij zou waarschijnlijk het liefst verlost
zijn van Voskuil die het instituut een stoffig imago heeft bezorgd, door het schrijven van zijn boeken over Het Bureau en waar Maarten Koning een hoofdrol in speelt.
Met genoegen hoort de geest van Maarten Koning vertellen dat,
ondanks het feit dat de digitalisering in Het Bureau is doorgedrongen, in het
archief alles wordt bewaard wat ooit is geschreven, verteld en gezongen. “Dus
alle handgeschreven vragenlijsten die ik als vrijwiliger digitaliseer worden
nog bewaard?” vraagt een mevrouw.
“Ja, en ook alle ingezongen bandjes gaan terug in hun
speciale dozen. Wij gooien hier niets weg en we verzamelen nog steeds.”
De geest besluit op de schouder van de vrijwilliger de
rondleiding te volgen. Na de wandeling door het archief, waar onafzienbare
rijen boeken, mappen, kaarten enz. zijn opgeslagen, belandt de groep in de
kantine waar medewerkers hun computers hebben opgesteld. Ze geven demonstraties
van gesproken en gezongen tekst.
Hoor daar klinkt, zonder ruis, een liedje uit de Peel. Het
klinkt heel wat beter dan de opname op het cassettebandje. Vanuit een andere
computer hoort hij een broer en zus uit Twente in gesprek.
Dat stel herinnert hij zich nog, hij was toen zelf met veldwerk
bezig. De geest van Maarten Koning kan alle techniek die hij ziet en hoort niet
bijbenen en prijst zichzelf gelukkig dat hij vandaag niet in levende lijve
aanwezig is. Stel je voor dat hij dat allemaal had moeten leren, dat was hem
nooit gelukt.
De vrijwilliger zwaait af naar de lezing over de verhalenbank
en de geest zwaait mee.
Met plezier constateert hij dat de kaart, die zijn eigen
afdeling ooit heeft ontwikkeld, op het scherm verschijnt. Er is niets aan
veranderd. De wetenschappelijk medewerker, eigenlijk een collega, vertelt zelfs
over de twee atlassen die destijds met veel moeite tot stand zijn gekomen.
Het wekt herinneringen tot leven aan de reizen naar België
en Duitsland. De discussies met Beerta en Kaatje Kater. De terugblik stemt hem
somber en hij voelt een klassieke migraine opkomen.
De geest van Maarten Koning glipt de zaal uit en glijdt
terug naar de fotoboeken. Die wereld is hem vertrouwd.
Aan het eind van de middag ziet hij de vrijwilliger met een
paar boeken onder de arm het pand verlaten. Zij zal zich in de metro op haar
beurt verbazen over de passagiers met oortjes in hun oren en het gebruik van
i-phone en i-pad om haar heen. Zij vreest een weinig moderne indruk te geven
met haar boeken op schoot. Al die reizigers weten niet van de e-reader en de
telefoon in haar tas.
Even overweegt ze de e-reader voor de show te trekken. Maar
waarom zou ze dat doen? Iedereen is bezig met zijn eigen techniek, ze zien haar
niet eens zitten. ’s Avonds thuis tikt ze nog een paar lijsten uit. Dit keer
zijn het vragen over de thuisslacht.
De geest van Maarten Koning heeft zich dan al lang weer ter
ruste gelegd.
Ik heb alle delen van het bureau gelezen van Voskuil jij ook?
BeantwoordenVerwijderenleuk idee van die geest Ferrara
BeantwoordenVerwijderenIk moet eerlijk bekennen dat ik ben blijven steken in deel 3.
BeantwoordenVerwijderenDe buurman daarentegen heb ik in een ruk uitgelezen.
Leuk stuk! Ik heb de buurman, hier, uit de erfenis van Oude Vadertje. Maar nog geen In gehad om ermee te beginnen.
BeantwoordenVerwijderen